Bénazir: ‘Mina kan objecten met haar geest bewegen’
Door: Wouter Engler / Fotografie: Noëlle
Bénazir schreef onlangs het boek genaamd ‘Help, ik zie spoken’ (2008). Ze had veel gesprekken met kinderen, waarvan zij meent dat ze beschikken over paranormale gaven zoals onder meer telepathie en helderziendheid. ‘Ze voelen zich heel vaak alleen en onbegrepen’
‘Ten eerste ben ik zelf een kind geweest met paranormale ervaringen. En ik heb twee kinderen met paranormale ervaringen. Voor de rest heb ik psychologie en pedagogiek gestudeerd en in de loop der tijd heb ik dus kinderen ontmoet die inderdaad dus problemen hebben met paranormale verschijnselen. Eigenlijk vanuit dat idee is er ontstaan om boek hierover te schrijven. Voor een stukje herkenning, dat ze dus niet alleen zijn.’
Bénazir voldoet op het eerste gezicht niet aan het stereotype beeld van een ietwat zweverige dame, die ergens op een achterafkamertje de meest waanzinnige voorspellingen doet door middel van tarotkaarten of een glazenbol. Het is een beeld wat met name overheerst bij sceptici, die haar boek ‘Help, ik zie spoken’ (2008) al bij voorbaat naar de prullenbak verwijzen. Hoofdredacteur Rob Nanninga van het blad Skepter: ‘Die kinderen zien zoveel dingen, maar dan is het nog niet meteen waar!’
‘Char Margolis, Derek Ogilvie en Robbert van der Broeke en Uri Geller worden ook door de sensatiemedia te serieus genomen. En nu komt deze vrouw straks zelfs op televisie? Wij gaan haar zeker in de gaten houden.’ Bénazir kan zich er nauwelijks echt druk om maken en vindt bovendien dat sceptici een duidelijke rol vervullen waar het paranormale onderwerpen betreft: ‘Ze zorgen voor de noodzakelijke natuurlijke balans, maar zijn niet altijd even netjes.’
‘En dan bedoel ik daarmee de manier waarop ze zaken aankaarten, dat kan best weleens wat vriendelijker en minder hard. Ik vind zelf trouwens Char en Uri Geller circusattracties. Ik geloof best wel ergens dat Char paranormaal is, maar ze zou eigenlijk alle frutsels en fratsels moeten laten vallen. Dan zouden de mensen veel meer onder de indruk zijn. Ze is jammer genoeg gegaan voor het geld en de roem en onderdeel geworden van het mediacircus.’
‘Ogilvie is daarentegen fantastisch, hij weet mij keer op keer te verrassen als babyfluisteraar. Dat is zeker een kwaliteit, een gave, een specialiteit en daar moet zeker niet te lichtvaardig over gedacht worden door de sceptici. Hetzelfde geldt voor Ingomar Martie, die meedoet aan het televisieprogramma ‘Het Zesde Zintuig’. Die jongen zo is zo zuiver en eerlijk en als hij het niet weet, dan zegt hij dat ook. Char zou aan hem eigenlijk een voorbeeld moeten nemen.’
Bénazir vindt dat de vele paranormaal begaafde kinderen die ze sprak ook in een ander evolutionair stadium verkeren, maar dat ze niet als ‘prinsen en prinsessen’ behandeld moeten worden door hun ouders of voogden. ‘Ik bepleit zelf al jaren een nuchtere aanpak en vindt het werkelijk waar belachelijk dat sommigen beweren dat ze een nieuw tijdperk komen inluiden, zoals dat gedoe met 2012. Dat gaat wat mij veel te ver, het zijn toch geen koningen!’
Initiatieven zoals de particuliere ‘New Age Academy’ in de Amerikaanse stad Berkeley, waar ook Michael Tsarion een tijdlang aan verbonden was, hoeven wat haar betreft in Nederland geen navolging te krijgen. ‘De kinderen praat je zo superioriteitsgevoel aan, ze hebben het dan ook heel moeilijk om later in die maatschappij volwaardig mee te doen. Het kan overigens geen kwaad om hen een plek te geven waar ze lotgenoten kunnen ontmoeten.’
‘Ik ben ook tegen scholen speciaal voor christenen, islamieten of hoogbegaafden. Kinderen worden op die manier niet gesocialiseerd, terwijl dat wel belangrijk is.’ Bénazir kan het naar eigen zeggen als ervaringdeskundige weten, aangezien ze zelf op jonge leeftijd in aanraking kwam met het paranormale. ‘Ik ging vroeger ook naar een clubje waar ik lotgenoten kon ontmoeten en kreeg tips mee van andere kinderen. Dat is veel beter dan een speciale school.’
De ‘paranormale wereld’ liet haar echter niet los en ze kwam op latere leeftijd in contact met kinderen die vaak gelabeld worden als onder meer: ‘indigo-kinderen, sterrenkinderen of nieuwetijdskinderen’. Zelf gebruikt ze liever de term paranormaal begaafde kinderen: ‘Ze beschikken over helderziende, telepathische, psychokinetische krachten. Mina bijvoorbeeld, opgegroeid in een rijk milieu en in staat om objecten met haar geest te laten bewegen.’
‘Zelf had ze dat niet in de gaten, want ze dacht dat haar kleding uit de kast werd gegooid door een kwaadaardige klopgeest. Ze woonden nog maar kort in het nieuwe huis, dus daarom dacht ze dat. Het kwam echter door een combinatie van hormonale wisseling en spanning uit de directe omgeving. Die spanning heeft ze toen opgebouwd. Mina heeft dus toen zo’n explosie van energie gehad. Ze heeft er ruim twee jaar over gedaan om het te geloven.’
‘Mina is nu een volwassen vrouw en het heeft veel mensen moeite gekost om haar ervan te overtuigen dat ze psychokinetische krachten heeft. Ikzelf beschik ook over psychokinetische krachten, maar mensen moeten het niet zien als een soort kermisattractie waarmee je dobbelsteentjes in het casino kan beïnvloeden. Het is bovenal een geestelijk trauma, aangezien het voor mensen al heel moeilijk is om te accepteren dat ze over deze kracht of gave beschikken.’
Bénazir geeft aan deze kracht nooit en te nimmer meer op te roepen, hetgeen volgens Nanninga het bewijs is dat we hier te maken hebben met een vrouw die ‘nauwelijks serieus genomen kan worden’. Toch denkt ze daar zelf heel anders over: ‘Het wordt zelfs in het leger gebruikt, remote-viewing. Ik ken ook een paragnoste die met behulp van kinderen terug kan kijken in het verleden. Ze lift als het ware geestelijk met hen mee.’
‘Het zou een goede zaak zijn als de wetenschap zich nu eens bezig hield met paranormale zaken. En daar zal waarschijnlijk onder meer de discussie over gaan in het programma Rondom Tien, waarvoor ik ben uitgenodigd in januari van dit jaar. Ik ga dan in discussie met een sceptische wetenschapper die met iemand anders een boek heeft geschreven over paranormale zaken. Want ik ga nooit de discussie uit de weg over het paranormale.’
‘Want hoewel er soms sprake is van bedrog, soms zijn zaken gewoon waar. Helaas zijn we hier in het Westen daar ons minder van bewust dan in het Oosten. Geesten bijvoorbeeld bestaan echt, maar veel mensen vinden dat een gekke gedachte. Het is helaas niet algemeen geaccepteerd, maar dat betekent niet dat het niet waar is.’
Speciale kinderen?
Het is allereerst opvallend dat er verschillende benamingen bestaan van deze kinderen, waarvan sommigen beweren dat ze over allerlei paranormale gaven beschikken. ‘Indigo-kinderen’, werd voor het eerst gebruikt door Nancy Ann Tappe in haar boek ‘Understanding Your Life Through Color’ (1982). Bepaalde kinderen lieten volgens haar een indigo-kleurig aura zien. Bekijk een fragment van ABC News over de Indigo-kinderen (klik hier!).
‘Sterrenkinderen’ is weer de benaming die wordt gebruikt door ene dr. Richard Boylan. Want volgens deze ‘antropoloog’ moet er welhaast een link bestaan met een buitenaardse wezens, die op de een of andere manier bij het bevruchtingsproces zijn betrokken. ‘Nieuwetijdskinderen Organisatie Nederland‘ bezigt, zoals de naam van de stichting al doet vermoeden, weer de term ‘Nieuwetijdskinderen’.