Cohen faalde na de moord op Van Gogh

cohen.jpg

Door: Wouter Engler

Job Cohen (PvdA) wil premier worden van onze natie, maar wie een goede indruk van zijn leidinggevende capaciteiten wil krijgen kan beter de PvdA-verkiezingsfolder helemaal links laten liggen en ‘Job Cohen Burgemeester van Nederland’ (2010) lezen van journalisten Hugo Logtenberg en Marcel Wiegman. 

Cohen, wie kent hem niet als de slechtste debater van het eerste lijsttrekkersdebat? De grote tegenpool van Geert Wilders van de Partij voor de Vrijheid (PVV), die met zijn oneliners buitengewoon goed scoort onder jongeren en de ex-burgemeester ziet als een theedrinker die alleen maar de boel bij elkaar hoopt te houden. Vooral dat laatste blijkt zonder meer het geval, want de ex-burgemeester wil allerminst dat de gemoederen oververhit raken en worstelde daarom ook met de nasleep van de moord op cineast Theo van Gogh.

Cohen heeft volgens de journalisten in dit boek er alles aan gedaan om te verhinderen dat toenmalig minister Rita Verdonk van Vreemdelingenzaken en Integratie zou spreken tijdens de lawaaidemonstratie op De Dam. Verdonk was met Van Gogh in contact gekomen via VVD’er Adjiedj Bakas, die toen het jubileum vierde van zijn bedrijf Dexter Communicatie.  Verdonk en Van Gogh hadden daarna een aantal keren met elkaar gegeten en waren van plan om een bijeenkomst te houden waar gedebatteerd zou worden over de toekomst van ons land.

Cohen ontmoet na afloop van de lawaaidemonstratie partijleider Wouter Bos in de Melkweg. Bos confronteert Cohen met het feit dat de PvdA er alles aan heeft gedaan om Verdonk weg te houden uit Amsterdam. Cohen zegt dat hier geen sprake van is. Cohen liegt dus op dat moment tegen zijn eigen partijleider. Cohen wordt door zowel Ayaan Hirsi Ali als Geert Wilders gezien als een slapjanus die niets begrijpt van het antisemitisme van moslims. Cohen is een dag na de moord ook heel wat minder moedig dan wethouder Ahmed Aboutaleb.

Aboutaleb roept in de Al Kabirmoskee aan de Weesperzijde in Amsterdam: ‘Laat als moslims uw geloof niet jatten, laat uw geloof niet gijzelen door fanatici!’ Ahmed Marcouch, een ex-politieagent, doet het ook uitmuntend als woordvoerder van de UMMAO - die de bijeenkomst georganiseerd heeft in de Al Kabirmoskee. Cohen had daar eigenlijk moeten staan in die oude moskee, in plaats van Aboutaleb. Hij liet het op dit cruciale moment gewoon afweten. Hij is overrompeld door de gebeurtenissen in zijn stad en de moord op Theo van Gogh.

Van Gogh was zeker geen vriend van Cohen, die niet ingreep toen Bert en Marja uit hun woning op het Smaragdplein werden weggepest door jongeren. Van Gogh in zijn Metro-column ‘Onze burgemeester’ van 29 oktober 2004: ‘Het is jammer voor Job Cohen dat het uitgerekend weer Marokkaanse jongens waren die een autochtoon stel de buurt uitpestten. De Amsterdamse politie heeft geen interesse om autochtonen die bedreigd worden door een steeds agressievere wordende minderheid, te hulp te komen. En Cohen al helemaal niet.’

Hugo Logtenberg en Marcel Wiegman ‘Job Cohen Burgemeester van Nederland’ (2010)