Crowley en de Ordo Templi Orientis

crowleyal2.jpg

Door: Wouter Engler / Foto: Archief
Aleister Crowley kwam in 1912 in contact met Theodor Reuss, de onbetwiste leider van de Ordo Templi Orientis (O.T.O.). Reuss liet hem later toe tot de O.T.O. Crowley noemde zich ‘Frater Baphomet’ en begon een O.T.O.-afdeling in Amerika.

Reuss was sinds 1912 de Outer Head of the Order (O.H.O.), dat betekende dat hij de onbetwiste leider was van de O.T.O. Reuss volgde Crowley al enige jaren met gepaste interesse. In 1910 woonde hij het proces bij dat tegen Crowley was aangespannen door Samuel MacGregor Mathers, die vond het maar niets dat Crowley allerlei geheime rituelen van de Golden Dawn publiceerde in ‘The Equinox’. Mathers verloor overigens de zaak.

Tantra
Reuss bleek echter ontstemd over het feit dat Crowley, later in 1912, in ‘The Book of Lies’ een geheim ritueel had gepubliceerd van de O.T.O. Het ging om een ritueel dat beschreven stond in hoofdstuk 36, ‘The Star Sapphire’. Crowley-kenner Colin Wilson schreef hierover: ‘Het bleek dat het geheim in kwestie te maken had met iets te maken had wat seksuele magie werd genoemd. Het was ontstaan uit een soort yoga die bekend staat als tantra.’

Baphomet
Crowley werd toch in 1913 toegelaten tot de O.T.O. Hij noemde zich ‘Frater Baphomet’ en kreeg een soort ‘eregraad’ om een hoofdkwartier te beginnen in Amerika. Datzelfde jaar kreeg hij een volgeling, Victor Neuberg, met wie hij een serie seksmagische rituelen uitvoerde die bekend zouden worden als de ‘Parijse Werken’. Sodomie speelde daarin een belangrijke rol. Neuberg ging daarna getekend door het leven en werd nooit helemaal de oude.

Tränker
Reuss vond dat Crowley hem moest opvolgen als O.H.O. Maar toen Reuss in 1922 werd getroffen door een hartaanval en aftrad, werd zijn kroonprins ongeschikt bevonden door de O.T.O.-leden in Duitsland. De keus viel daarom op Heinrich Tränker, ‘Frater Recnartus’, als voorlopig hoofd van de O.T.O. Volgens de Nederlandse Crowley-kenner Ruud Vermeer werd Crowley pas in 1925 de O.H.O. van de O.T.O.

Geraadpleegde bronnen:
Neil Rawles ‘Masters of Darkness: Aleister Crowley, The Wickedest Man in the World’, documentaire, (2002)
Ruud Vermeer ‘Aleister Crowley, De levensloop van een der grootste magiërs die ooit leefde’ (2004), Uitgeverij Schors - Amsterdam
Colin Wilson e.a. ‘Grote Mysteries, Wonderlijke krachten van de Menselijke Geest’ (1975), Aldus Books Londen