De heropgerichte Orde der Illuminaten
Door: Wouter Engler
De Orde der Illuminaten werd vermoedelijk nieuw leven ingeblazen in het Fin de siècle. De vermeende oprichter van deze orde was de occultist Leopold Engel (1858-1931) geboren in het Russische Sint-Petersburg.
De Researcher heeft ruimschoots aandacht geschonken aan lieden die gebruikmaken van het misleidende containerbegrip ‘Illuminaten’. Maar nu is het tijd om ons niet langer, hoe vermakelijk soms ook, met allerlei verhalen van samenzweringstheoretici bezig te houden. Veel relevanter is de vraag: Wat is er van Adam Weishaupts’ (geheime) orde terechtgekomen nadat deze werd verboden door keurvorst Karel Theodor van Beieren (1724-1799)?
Alexandra Robbins gaat er in haar boek ‘Secrets of the Tomb’ (2000) vanuit dat er een soort van link bestaat tussen een Illuminaten-groep en Skull and Bones. Yale-student William H. Russel (1809-1885) zou tijdens een verblijf in Duitsland namelijk bevriend zijn geraakt met de leider van deze, door de auteur niet nader genoemde, groep. En die gaf toestemming om in 1832 een tweede afdeling te starten op de campus van de Yale Universiteit in Amerika.
De Italiaanse oprichter en directeur Massimo Introvigne van Center for Studies on New Religions (CESNUR) is daarentegen weer van mening dat Robbins’ verhaal niet klopt (en hij is niet de enige) omdat de Illuminaten-leiders op dat moment al waren overleden. Introvigne meent verder op deze webpagina van CESNUR dat in die periode allerlei (geheime) studentengenootschappen destijds actief waren in de universitaire wereld van Duitsland.
Introvigne mag zich dan wel voordoen als een expert op het gebied van de Illuminaten, maar begaat wel de fout door teveel te vertrouwen op de werken van Augustin Barruel (1741-1820) en John Robinson (1739-1805). Beiden werken staan immers bol van allerlei fouten. De later ontstane conspiracybeweging zou hiervan misbruik maken en hieruit werd ook het containerbegrip van de Illuminaten geboren, hetgeen blijkt uit onderzoek van De Researcher.
Barruel’s ‘Mémoires pour servir à l’histoire du Jacobinisme’ (1797) en Robinson’s ‘Proofs of a Conspiracy Against all Religions and Governments in Europe’ (1797) worden eveneens als anti-maçonnieke boeken gezien door de Grand Lodge of British Columbia and Yukon. Hetgeen ook naar voren komt in het artikel ‘The French Revolution and the Bavarian Illuminati’ , wat te vinden is op de website van de Grand Lodge of British Columbia and Yukon.
Duidelijkheid bestaat er ook niet over in welk jaar de officiële heroprichting plaatsvond van de Illuminaten (1896, 1897, 1906). Skeptiker-redacteur Bernd Harder, encyclopedie Winkler Prins en schrijver Ernst Born vermelden wel Leopold Engel (1858-1931) als degene die de Orde der Illuminaten heeft heropgericht. Zoon van de violist en latere concertmeester Karl Dietrich Engel (1824-1913), geboren op 19 april 1858 in het Russische Sint-Petersburg.
Grand Lodge of British Columbia and Yukon en Peter-R. Koenig geven aan dat Engel in 1897 de Illuminaten heeft heropgericht in zijn woonplaats Dresden. Engel’s vriend Theodor Reuss (1855-1923) was een zeer onbetrouwbaar sujet en het is daarom twijfelachtig of hij ook daadwerkelijk eerder was met de heroprichting van de Illuminaten. Reuss claimde dat hij al in 1880’s de orde had heropgericht in München. Het hoofdkwartier heette de ‘Ludwig Loge’.
Reuss vermeldde in het juli-nummer van ‘Oriflamme’ van 1914 dat zijn orde werd samengevoegd met de Illuminatenorde van Engel in 1899. Tijdens een bijeenkomst op 12 maart 1901 werd besloten tot de heropening van de ‘Ludwig Loge’ in München. Koenig heeft het ook over een aantal ontmoetingen in 1902 in Dresden. Dr. William Wynn Westcott (1848-1925), mede-oprichter van de Golden Dawn in 1888, was hier blijkbaar ook bij aanwezig.
Westcott meende, in een schrijven aan Reuss op 27 juni 1902, dat hij van Engel het aanbod had gekregen om Illuminatus te worden van de afdeling te Dresden. Westcott werd, na toestemming van Reuss, de ‘Britse Regent van de O.T.O.’ Maar bedankte in een schrijven van 16 oktober 1902 voor de Illuminaten-volmacht die hij had gekregen, aangezien hij niet van plan was om de orde uit te breiden in Groot-Brittanië. Reuss en Engel waren daarvoor al gebrouilleerd geraakt.
Engel zou nog wel van zich laten horen. Hij zou de ‘Wereldbond der Illuminaten’ oprichten in het midden van de jaren twintig, maar deze werd in 1933 op last van de Nazi’s gesloten. Toch kunnen we er zeker niet omheen dat de Illuminaten geassocieerd worden met de O.T.O., Fraternitas Rosicruciana Antiqua (F.RA.), Fraternitas Saturni (FS) en Ecclesia Gnostica Catholica (EGC).
Volgens Horst E. Miers en Michael Hesemann’s ‘Hitlers religie’ (2007) werd in 1895 de O.T.O. opgericht door dr. Franz Hartmann (1838-1912) en dr. Carl Kellner (1851-1905). Koenig heeft hier zijn twijfels over, aangezien dit gebaseerd is op een verklaring van Reuss. Dr. Rudolf Steiner (1861-1925), Hartmann en Kellner waren volgens hem ook nooit lid van de O.T.O. En dienen daarom hiermee niet geassocieerd te worden, aldus Koenig.
Zowel Miers als Hesemann beschouwen de O.T.O. als de Duitse tak van hoogste Britse loge Golden Dawn. Volgens Colin Wilson in ‘Grote Mysteries-Wonderlijke krachten van de menselijke geest’ (1978) waren de oprichters van de Golden Dawn: de gepensioneerde dokter dr. William Woodman (1828-1891), Samuel Liddell Mathers (1854-1918) en de al eerder genoemde dr. Westcott, een lijkschouwer en lid van de Societas Rosicruciana in Anglia.
Bekende leden waren: actrice Florence Farr (1860-1917), dichter William Butler Yeats (1865-1939) en seksmagiër Aleister Crowley (1875-1947). Het Britse Channel 4 heeft een uitzending aan Crowley gewijd. Zie daarvoor deze aflevering van de documentaire-reeks ‘Masters of Darkness’. Naast Reuss, zou zelfs Hitlers latere privésecretaris en plaatsvervangend partijleider, Rudolf Hess (1894-1987) tot weer de Duitse tak behoren.
Zover is het echter nog niet. Bovendien is het nog maar de vraag of er überhaupt gesproken kan worden van een ‘Duitse tak’. De Golden Dawn was na een schandaal omtrent ene meneer en mevrouw Horos of Horus in verlegenheid gebracht in Groot-Brittanië. Verder zijn er duidelijke historische aanwijzingen te vinden dat het al langer niet boterde onder de leden van de Golden Dawn. Er zouden twee fracties ontstaan: Stella Matutina en Alpha et. Omega.
Wilson omschrijft in ‘Grote Mysteries-Wonderlijke krachten van de menselijke geest’ (1978) hoe Crowley al de kuierlatten had genomen en hoe hij ergens in 1912 in contact kwam met Reuss. Crowley werd er namelijk van beschuldigd dat hij geheimen van de O.T.O. had gepubliceerd. Het bleek te gaan om een vorm van tantra die was ontwikkeld door de O.TO. Crowley kreeg toestemming van Reuss om een O.T.O.-afdeling te beginnen in Groot-Brittanië.
Mysteria Mystica Maxima (M.M.M.) zou deze tak heten volgens de website van de Grootloge van de O.T.O. in Amerika. Toch schetst deze loge een andere versie van deze ontmoeting tussen Reuss en Crowley. Reuss zou hem namelijk al in 1910 de eerste drie graden cadeau hebben gedaan en hem op 21 april 1912 kosteloos een ondertekende oorkonde hebben gegeven die hem tot Nationaal Grootmeester Generaal X° maakte van zowel Groot-Brittanië als Ierland.
Utopie
O.T.O.-leider Reuss had een utopie voor ogen die werkelijk waar te verwerpelijk voor woorden was en tevens ergens doet denken aan de ideeën van de eugenetische beweging. We krijgen alvast een voorproefje in ‘Parsifal und das enthüllte Grals-Geheimnis’ (1914):
‘Elke man, vrouw, meisje of jongen ouder dan 14 jaar zal regelmatig onderzocht worden door de medisch afgevaardigen van de Gezondheidsraad voor Superieure Mensen. Personen, zowel man als vrouw, die niet geschikt zijn bevonden door de Superieure gezondheidsraad om gezond nageslacht voort te brengen zal het niet toegestaan worden om te trouwen. Mensen die ondanks deze verordening toch voor nageslacht zorgen, zullen gestraft worden met gedwongen arbeid.’
Koenig meent dat de geciteerde tekst eveneens overeenkomt met de ‘theozoölogie’ van de ex-cisterciënzer monnik Jörg Lanz von Liebenfels (1874-1954). Von Liebenfels’ leraar was echter niemand minder dan Guido von List (1848-1919), die de moderne theosofie van H.P. Blavatsky had verwerkt in zijn ‘Ariosofie’. De overkoepelende geheime Germanen-Orde (ook wel Duitse Orde genoemd door historici, red.) baseerde zich op de occulte leer van Von List.
De Germanen-Orde werd in 1912 opgericht door Karl August Hellwig en Georg Hauerstein in Leipzig. Het teken van de orde was een kruis met daarboven een swastika. De Germanen-Orde viel echter uiteen door felle interne twisten in het jaar 1916. Er ontstond een afsplitsing genaamd ‘Orde van de Germaanse hoeders van de heilige graal’ in Maagdenburg, de Beierse tak werd het Thule Gesellschaft. De orde was naar voorbeeld van de vrijmetselarij ingericht.
De antisemitische leden behoorden tot de hogere echelons: aristocraten, medici, industriëlen, rechters en advocaten. Het symbool van Thule was de swastika, wat opgepikt was door Blavatsky in Tibet. Blavatsky onderscheidde zich met haar moderne theosofie weer van de historische theosofie, belichaamd in onder andere: het brahmanisme, boeddhisme, neoplatonisme en de leer van christelijke theosofen zoals Jacob Böhme (1575-1624) en Emanuel Swedenborg (1688-1772).
Blavatsky’s moderne theosofische leer was al eerder enthousiast ontvangen door de leden van de Golden Dawn en O.T.O. Golden Dawn-lid Yeats daarentegen, de latere supporter van de Ierse fascistische Blue Shirts, probeerde door bestudering van het werk van Böhme-adept en dichter William Blake (1757-1827) inspiratie op te doen. Blavatsky kende vermeend O.T.O.-medeoprichter Hartmann en correspondeerde met hem onder meer over levitatie, hetgeen volgens haar mogelijk was.
Blavatsky, volgens critici een charlatan, meende tevens rozekruiser te zijn en was een bekende van de Britse vrijmetselaar John Yarker (1833-1913), die op zijn beurt weer in contact stond met Reuss. De Grand Lodge of British Columbia and Yukon suggereert dat dit nadelig was voor Yarker, aangezien Reuss én Crowley worden beschouwd als nep-vrijmetselaren. Crowley wordt ook door kabbalisten gezien als een charlatan op het gebied van de kabbalah.
Crowley & Hess
Hess, veganist, niet-roker en geheelonthouder besloot op aanraden van een strijdmakker tijdens of net na de Eerste Wereldoorlog zich aan te sluiten bij de Duitse O.T.O. Hess zou tijdens een bijeenkomst ook een gesprek hebben gehad met Steiner, de leraar van The Rosicrucian Fellowship-oprichter Max Heindel (1865-1919), grondlegger van de antroposofie en bewonderaar van Goethe (lid van Weishaupt’s Illuminaten, red.).
Hess zou het wel altijd duidelijk opnemen voor de antroposofische beweging en de daaruit voortgekomen zogeheten ‘vrije scholen’. Hess werd na de Eerste Wereldoorlog eveneens lid van het Thule Gesellschaft en de DAP. Het is tot op heden onduidelijk of hij op dat moment direct contact onderhield met O.T.O.’er Crowley. Hess en Crowley hadden wel (vermoedelijk) een gemeenschappelijke kennis: Generaal Erich Friedrich Wilhelm Ludendorff (1865-1937).
Crowley had hem gesproken in 1925 of 1926, waarvan akte een aantekening die hij maakte in het boek ‘Gespräche mit Hitler’ (1940) van de Nazi-leider Hermann Rauschning (1887-1982): ‘He (Hitler, red.) almost certainly got the (Swastika) from us. I personally had suggested it to Ludendorff in ‘25 or ‘26.’ Hess, die behoorde tot de intiemere kringen van Thule, zou in mei 1921 Ludendorff voor het eerst geïnformeerd hebben over Hitler.
Ludendorff kon overigens op een financiële gift van 100.000 goudmark rekenen van Fritz Thyssen (1873-1951), wiens belangen werden behartigd door de Prescott Sheldon Bush (1895-1972) van de Union Banking Corporation (UBC). Journalisten Ben Aris en Duncan Campbell kwamen onder meer tot deze ontdekking: ‘How Bush’s grandfather helped Hitler’s rise to power’, gepubliceerd op 25 september 2004 in de Britse krant The Guardian.
Krumm-Heller
Crowley kende dr. Arnoldo Krumm-Heller (1876-1949). Krumm-Heller was een occultist die zeker niet vies was van de Nazi-ideologie en contact onderhield met Von Liebenfels. Krumm-Heller had echter niet kunnen vermoeden dat hij samen met kennis Reuss in 1936 in het Nazi-pamflet ‘Der Judenkenner’ werd afgeschilderd als onderdeel van ‘de joodse maçonnieke samenzwering’ (hetzelfde overkwam Steiner en Crowley).
Ulrich Fleischauer werkte (vermoedelijk) bij ‘Der Judenkenner’ en zou contact hebben gehad met de Franse katholieke pater Ernest Jouin (1844-1932) van de anti-maçonnieke en antisemitische periodiek ‘Revue Internationale des Sociétés Secrètes’ (RISS). Jouin zat qua denkbeelden ongeveer op dezelfde lijn als de Franse ex-jezuiet en royalist pater Barruel met zijn ‘Mémoires pour servir à l’histoire du Jacobinisme’ (1797).
Barruel beweerde namelijk dat er sprake was van een complot van joden en vrijmetselaren om de ‘christenen te verdelgen’. Fleischauwer onderhield ook banden met de pro-nazistische Vlaming Emiel Francken, die weer het antisemitische ‘Het jodendom ontmaskerd als de vijand nr. 1 der mensheid’ had geschreven. Maar eigenlijk was het een Nederlandse vertaling van de ‘Protocollen van de Wijzen van Zion’ (of de ‘Protocollen van de Wijzen van Sion’).
Sommigen vragen zich af waarom de nazi’s de occulte groepen wilden verbieden, hetgeen bovendien nadelig uitpakte voor Von Liebenfels’ Ordo Novi Templi (ONT). De reden hiervoor is vrij simpel: monopolie. De nazi’s wilden geen andere groepen hebben die zich met allerlei occulte zaken bezighielden, alleen zij hadden dat recht. En de enige manier om dat voor elkaar te krijgen is door dit soort groepen te verbieden en zelf een koers te bepalen.
Crowley, die zelf antisemitisch tekeer kon gaan (‘Send us a Hitler!’), werd daarom ook tot het clubje van samenzweerders gerekend in ‘Der Judenkenner’. Krumm-Heller zou naar verluidt ook Crowley bezocht hebben toen die bezig was met bizarre experimenten in het Siciliaanse Cefalú. Deze experimenten in de jaren twintig gingen zover dat er zelfs een geit bij werd gehaald die een vrouwelijk lid van de Abdij van Thelema seksueel moest bevredigen.
Crowley had onder meer ook tot op zekere hoogte te maken met de Amerikaan Spencer Lewis (1883-1939) van de Antiquus Mysticusque Ordo Rosae Crucis (AMORC). De AMORC werd in 1909 opgericht en er bestaan historische aanwijzingen dat deze orde in het begin geassocieerd kan worden met de leden van de O.T.O. Volgens Born heten leden van de tiende AMORC-graad trouwens ook ‘Illuminaten’.
Scientology
De Amerikaan Lafayette Ronald Hubbard (1911-1986) behaalde echter alleen de eerste twee graden van de AMORC. Hij kwam mid jaren veertig in contact met de occultist en raketgeleerde John Whiteside Parsons (1914-1952), destijds betrokken bij de O.T.O. van Crowley. Hubbard was onder indruk en deed zich voor als iemand die een goede vriend was van Crowley, die hij in werkelijkheid nooit had ontmoet.
Hubbard was op dat moment net afgezwaaid als marine-officier en een bewonderaar van Crowley. Zo las hij onder meer diens ‘Book of the Law’. Volgens Hubbard’s zoon was later Satanisme hetgeen wat thuis de klok sloeg. En zijn vader dacht dat hij de enige echte opvolger was van de ‘Anti-Christ Crowley’. Sterker nog: L. Ron Hubbard was ervan overtuigd dat hij Satan zelf was, met allerlei verschrikkelijke gevolgen van dien.
Foetussen werden door hem letterlijk met een klerenhanger uit de bebloede baarmoeder van zijn vrouw getrokken omdat de demonische onbevlekte ontvangenis niet gelukt was. De geflipte Hubbard was blijkbaar geobsedeerd door Crowley’s idee voor de creatie van een ‘Maankind’. Hij geloofde daadwerkelijk dat het mogelijk was en stortte dientegevolge zijn gezin en volgelingen letterlijk in een nachtmerrie waar maar geen einde aan leek te komen.
Hubbard had ook veel overwicht op de raketgeleerde Parsons, waar later overigens een krater aan de donkere kant van de maan naar is vernoemd. Parsons was opgegroeid in een rijk milieu en een Crowley-adept pur sang. Het was dus niet zo verwonderlijk had hij later dan ook aan het hoofd stond van de Agapé Lodge van de O.T.O. in Pasadena, een voorstad van Los Angeles. Parsons besloot met Hubbard een reeks aan rituelen te houden, tot afgrijzen van Crowley.
Deze rituelen zijn bekend geworden als de ‘Werken van Babalon’ (andere bronnen hebben het weer over de ‘Werken van Babylon’), waar geïnteresseerden veel meer over kunnen lezen in Michael Staley’s artikel ‘The Babalon Working’. Daniel V. Boudillion wijst in dit artikel er niet alleen op dat de O.T.O. een zogeheten ‘Cultus van Lam’ kent, maar dat de ‘Werken van Babylon’ min of meer gebaseerd waren op Crowley’s ‘Werken van Amalantrah’.
Parson’s latere vrouw, actrice en kunstenares Marjorie Cameron (1922-1995), zou tijdens een van deze rituelen onder meer een triootje hebben gehad met Hubbard en Parsons. Hubbard belazerde samen met zijn latere vrouw Sara Northrup Crowley’s geliefde discipel voor ruim twintig duizend dollar, wat oorspronkelijk bestemd was voor de botenmaatschappij ‘Allied Enterprises’ van Hubbard en Parsons en Northrup.
Hubbard zou de ideeën van de O.T.O. later gebruiken voor de extreem sektarische leer van de later ontstane Scientologie Church. Robert DeGrimston en zijn vrouwelijke metgezel MaryAnne MacLean waren in de jaren zestig ook lid van scientology en zouden de Process Church of Final Judgement oprichten. The Process is volgens sommige bronnen op internet onterecht in verband gebracht met seriemoordenaars zoals Charles Manson en David Berkowitz.
Fraternitas Saturni
Walter Jantschik werd in de jaren zestig na zijn inwijding als Grootmeester van de ‘Alte und Mystische Orden der Saturnbruderschaft’, de geheime cirkel van ingewijden van de Fraternitas Saturni (F.S.), tevens lid van de AMORC. De F.S. was weliswaar ten tijde van Nazi-Duitsland verboden en ontbonden in 1933, maar de orde zou als een feniks uit de as herrijzen. De orde had ook een ex-SS’er in haar gelederen, wiens misdaden in een concentratiekamp bekend waren bij de andere leden.
Volgens Koenig werd Crowley’s SexMagick ook gepraktiseerd in de F.S. Hij haalt een citaat aan van een F.S.-grootmeester uit de jaren zestig, Guido Wolther: ‘De penis van een niet-lid zal nooit in je vagina komen. De penis van de niet-leden waarmee je het bed deelt gaan louter in de mond. Wanneer hij je niets meer te geven heeft, wees dan niet langer toegeeflijk voor hem en gooi hem weg als een oude handschoen.’
Wolther was een vreemdsoortig figuur die het binnen deze orde blijkbaar een goede zaak vond dat zijn vrouw, een française met joodse achtergrond, de wandaden van de voormalig SS’er (lid van de F.S.) moest vergeven. Ze moest het gewoon aanhoren, maar mocht niet reageren. Socialisten waren trouwens ook lid van de nog steeds bestaande orde, zoals oprichter Gregor A. Gregorius (1888/90-1964). Eveneens bekend onder de naam ‘Eugen Grosche’.
Grosche was een boekhandelaar en betrokken bij de Unabhängige Sozialdemokratische Partei Deutschlands (USPD). Hij voorzag zijn aanhang ruimschoots in wat gepeperde seks en verdovende middelen, zo liet Oscar Schlag (1907-1990) zich eens ontvallen tegenover James Martin van magazine ‘Abrasax’. Grosche’s boekhandel was in de jaren twintig immers een trefpunt van occultisten die verlegen zaten om een lijntje coke of wat hasj.
Grosche zat opvallend genoeg ook bij dezelfde uitgeverij als de latere pro-nazistische handlezer en occultist Ernst Issberner-Haldane: een toegewijd lid van Von Liebenfels’ ONT. En weinig verrassend: een goede bekende van Krumm-Heller, die zelfs zijn zoon Parsifal (1925-2008) stuurde naar de nazi eliteschool ‘Napola’.
De Theosofische Vereniging in Nederland heeft verschillende werken van Issberner-Haldane in haar bibliotheek, zoals: ‘Die Seele des Menschen - Real - Psychologie’ en ’Eheleben und Ehewahl : nach Körperformenkunde und Astrologie’ (1932). Issberner-Haldane kende op zijn beurt weer de Russische immigrant Gregor Schwartz-Bostunitsch, een prominent nazi-figuur die heilig geloofde in de vervalste Protocollen van Zion.
Schwartz-Bostunitsch was eerder een fervent aanhanger van Steiner’s antroposofie, maar was op een gegeven moment ervan overtuigd geraakt dat diens werk onderdeel uitmaakte van de ‘joodse, communistische en maçonnieke samenzwering’. Hij groeide zonder enige vorm van twijfel uit tot een uiterst agressieve antisemitische samenzweringstheoreticus, waarvan akte zijn geschrift ‘Doktor Steiner: ein Schwindler wie keiner
Papus
Schwartz-Bostunitsch was overigens niet de enige die geloof hechtte aan dit verwerpelijke pamflet, wat waarschijnlijk voor het eerst was opgedoken in zeer bedenkelijke kringen in Parijs. En vermoedelijk door toedoen van de diplomatendochter en theosofe Justina Glinka (1844-1918) vanuit Parijs uiteindelijk belandde in Rusland, waar het nog eens verder werd verspreid door de geestelijke Sergei Alexandrovich Nilus (1826-1929).
Hoewel het tot op de dag vandaag niet zeker is wie de daadwerkelijke auteur was van de protocollen, was Tsaar Nicholaas II in eerste aanleg ervan overtuigd dat ze echt waren: ‘Men neemt hier de sturende en destructieve hand van het jodendom waar’. Gérard Encausse (1865-1916), pseudoniem Papus, was een goede bekende van de tsarenfamilie - ze hadden zelfs een spiritistische salon - en hij deelde hun antisemitische denkbeelden.
Papus waarschuwde het keizerlijk paar voor de charlatan die ze aan het hof hadden gehaald: Grigori Raspoetin (1869-1916), onbeschofte boer, die monnik geworden was. Hij drogeerde ze met brouwseltjes, bemoeide zich met kerkelijke benoemingskwesties en politieke aangelegenheden. Toch vond het keizerlijk paar dat Raspoetin speciale krachten bezat om hun troonopvolger Aleksej Romanov (1904-1918) te genezen van de bloedziekte hemofilie.
De tsaar en tsarina stonden vaak stijf van de drugs en hadden bovendien ook vertrouwen in voorspellingen en magische rituelen van Papus, die niet alleen een belangrijke rol speelde bij de oprichting van de Ecclesia Gnostica Catholica (E.G.C.), maar tevens oprichter was van een rozekruisersclub en actief was bij de theosofische beweging. Er bestaan scenario’s waarin Papus in verband kan worden gebracht met de verspreiding van de protocollen, maar die kloppen niet.
Thule-lid Alfred Rosenberg zou, overigens veel later, dit pamflet onder de aandacht hebben gebracht van Dietrich Eckart (1868-1923), die het op zijn beurt weer liet zien aan Hitler. Het pamflet vond niet zonder reden weerklank bij Thule-leider Rudolf Freiherr von Sebottendorf (1875-1945), die niets zag in wat hij noemde de ‘joodse gelijkschakeling’ in de vrijmetselarij. Tegelijkertijd prees hij de Rozekruisers om hun ‘enorme hoeveelheid aan Arische wijsheid’.
Born wijst ons echter op het gegeven dat de Rozekruisers na de conventie in Wilhelmsbaden in 1782 er niet in waren geslaagd om de vrijmetselaarsbeweging in hun eigen orde in te passen. En dat was best wel een teleurstelling voor een orde die zichzelf uitgaf als de hoogste trap binnen de vrijmetselarij. Tevens werd op die conventie het ontstaan van de vrijmetselarij uit de Orde van de Tempeliers ontkend, zoals werd bepleit door Karl Gotthelf vond Hund (1722-1776).
Born meent dat ‘veel broederen lid waren van beide bewegingen’. Nadien ontstonden er wel intiatieven die al eerder in dit artikel voorbij zijn gekomen. De Orde van de Tempel van de Rosekruiser (O.T.R.C.) en Lectorium Rosicrucianum zijn echter nog niet genoemd. De O.T.R.C. werd opgericht in 1912 door de theosofen Annie Besant (1847-1933), Marie Russak (1865-1945) en James Wedgwood (1883-1951) en werd weer inactief omstreeks 1918.
De orde zal een revival kennen in 2012. Wellicht staat dit in verband met de 2012-beweging (’Netwerk’ interviewde enkele aanhangers van de 2012-beweging). Het Lectorium Rosicrucianum heeft haar hoofdkwartier in Haarlem. Het is een besloten scholingsinstituut dat ’in navolging van de katharen heel erg dicht bij het katholicisme en de evangeliën staat’. De kabbalah en de werken van Böhme staan echter prominent op de literatuurlijst.
Papus was dus in retrospectief zeker niet de enige die met een clubje rozekruisers over de kabbalah gebogen zat. En we moeten het zeker niet vreemd vinden dat hij Krumm-Heller en Reuss ook kende. Sterker nog, de eerder genoemde Yarker wees hem aan als internationaal hoofd van de Antient en Primitive Rites van Memphis en Mizraim. Papus was eveneens lid van de veel kleinere afdeling van de Golden Dawn in Parijs.
Wereldwijd
De O.T.O. kent vandaag de dag wereldwijd drie grootloges: Australië, Groot-Brittanië en Amerika. Tevens bestaan er afdelingen in Argentinië, Brazilië, Canada, Kroatië, Denemarken, Duitsland, Italië, Japan, Nieuw-Zeeland, Noorwegen, Rusland, Zweden en Nederland. De O.T.O. geeft niet of nauwelijks openheid over haar ledenbestand. Niet zonder reden, want christen - fundamentalisten en samenzweringstheoretici zien de O.T.O.-leden als Satanisten.
De Australische Grootloge heeft zeker weleens een slechte kop gescoord in The Age, maar wijst alle beschuldigingen over vermeende pedofilie van de hand op haar website. O.T.O.’ers zijn geen Satanisten, maar volgen de leer van Crowley’s Thelema. Sommige O.T.O.’ers geloven opvallend genoeg, net zoals de meeste samenzweringstheoretici trouwens, in het bestaan van buitenaardse wezens. Ze spreken dan echter niet van ‘aliens’, maar van ‘Lams’.
Lezers die hier meer over willen weten kunnen het beste naar deze pagina surfen. O.T.O.’er Parsons had het over de ‘Pleiaden’ in een brief aan zijn vrouw Cameron (’and the Pleiades whispering your name that is to be’). De Zwitserse samenzweringstheoreticus Billy Meier meent dat hij verschillende malen contact heeft gehad met deze wezens. En in ons land denkt complotjournaliste Tessa Koop dat ze ook bestaan, waarvan akte dit artikel op WantToKnow.
Complotblog Argusoog, waarvan het team artikelen zonder toestemming jat van De Researcher, raakt er letterlijk niet over uitgepraat. Argusoogleden denken lachwekkend genoeg ook dat de wereld bestuurd wordt door bloedslurpende hagedissen. Maar na verloop van tijd is het gewoon buitengewoon ergerlijk, aangezien deze imaginaire wezens gewoon niet bestaan. Helaas is dit niet afschrikwekkend genoeg voor oud-premier Dries van Agt.
Toch heeft de geschiedenis ons geleerd dat dit soort quatsch ook aanslaat onder de leden van ons koningshuis: Koningin Juliana (1909-1968) ontbood zelfs in mei 1959 de ufoloog George Adamski (1891-1965). Adamski geloofde echt dat er wezens rondvlogen in vliegende schotels en was de oprichter van de ‘Royal Order of Tibet’. Lees over dit bezoek in de Rockford Register, ‘Visit With Elizabeth Next: Adamski’, 21 mei 1959.
Juliana had een zwak voor de theosofe en rozekruiser Greet Hofmans (1894-1968), hetgeen bijna het einde betekende van de monarchie in Nederland. Hofmans, tevens een volgeling van Besant’s ‘wereld-leraar’ Jiddu Krishnamurti (1895-1986), zou over ‘helende gaven’ beschikken die Prinses Marijke zouden kunnen verlossen van haar oogziekte. Zoals bekend tot grote woede van ex-SS’er Prins Bernhard (1911-2004).
Tot slot
De heropgerichte Illuminaten kunnen al met al geassocieerd worden met groepen en clubjes die een uitlaatklep zochten om hun seksuele lusten bot te vieren en te experimenteren met verschillende soorten drugs. Ook werden er vormen van yoga en de kabbalah beoefend. Sommigen waren, of hadden direct of indirect banden, met: rozekruisers, charlatans, sektes, (pseudo)vrijmetselaren en nazi’s.
Geraadpleegde bronnen:
A. Th. Ten Houten e.a. ‘Vrijmetselaren: 250 jaar en meer’ (2006)
Johannes Hemleben ‘Rudolf Steiner Antwoord op de Toekomst’ (1983)
Lambert J. Giebels ‘De Greet Hofmansaffaire -Hoe de Nederlandse monarchie bijna ten onder ging’ (2007)
Jon Atack ‘A Piece of Blue Sky’ (1990)
Bernd Harder ‘Schaduwen van de Verlichting - De mythe van de Illuminatenorde’ (Skepter, Jaargang 19, Nummer 3, Herfst 2006)
Tim Boucher ‘The Process Church & Scientology’ (26 juni 2005)
Alexandra Robbins ‘Secrets of the Tomb’ (2002)
Sylvia Cranston’s ‘HPB: The Extraordinary Life and Influence of Helena Blavatsky’ (1993)
Vera Box-Thijs ‘De Klassieke Kabbalah’ (2001)
Dave Flitton’s documentaire - ‘The Occult History of the Third Reich’ (1999)
Aflevering Aleister Crowley ‘Masters of Darkness’, Britse channel 4
Ian Kershaw - ‘Hitler / Hoogmoed 1889-1936′ (2003)
Ernst Born ‘Odd Fellow’ (2000)
Michael Hesemann ‘Hitlers Religie’ (2007)
Colin Wilson e.a. ‘Grote Mysteries Wonderlijke Krachten van de Menselijke Geest’ (1978)
Dolan DNA Learning Center’s Gene Almanac
Website occult-deskundige Peter-R. Koenig
Grand Lodge of British Columbia and Yukon
Amerikaanse Grootloge Ordo Templi Orientes
Golden-dawn.org
Xenu.com
The Invisible Basilica of Sabazius
Engelstalige editie Wikipedia
Nation Master Encyclopedie
Winkler Prins Encyclopedie
Answers.com
John C. McWilliams ‘The 1960s cultural revolution’ (2000)
The Collected Writings of Jack Parsons
Igor Warneck ‘De roep van de Runen’ (2001)
Bernice Glatzer Rosenthal ‘The Occult in Russian and Soviet Culture’ (1997)
Herman Beukers ‘Het leven Aleister Crowley’, Skepter (september 2001)
Lou Kilzer ‘Friends Find Their Calling’ Rocky Mountain News, 28 februari 2004
Nicholas Goodrick-Clarke ‘The Occult Roots of Nazism: Secret Aryan Cults and Their Influence on Nazi Ideology’ (1985)
Michael Staley ‘The Babalon Working’, StarFire I,3, 1989
Michael Staley ‘Marjorie Cameron An Appreciation’, StarFire II,1,1992
Daniel V. Boudillion ‘Aleister Crowley’s Lam & the Little Grey Men’
Fabrice d’Almeida ‘High Society in the Third Reich’ (2008)
Maryanne Rhett ‘The Graphic Novel and the World History Classroom’
Anne Frank Stichting ‘Antisemitisme - Een geschiedenis in beeld’ (1989)
Lieven Saerens ‘Vreemdelingen in een wereldstad: een geschiedenis van Antwerpen en zijn joodse bevolking (1880-1944)’ (2000)
James Blair Lovell ‘Anastasia de verloren tsarendochter’ (1991)
Peter Kurth ‘Anna-Anastasia: Notes on Franziska Schanzkowska’, 2008
Cesare G. De Michelis ‘The Non-Existent Manuscript: A Study of the Protocols of the Sages of Zion’ (2004)
Gary Ford ‘The O.T.O. is Clandestine Masonry’, 28 maart 2007
Verzet.org, ‘Protocollen van de Wijzen van Zion, brandstof voor antisemieten’
Infoczarina ‘Joe Coleman’s Paintings as Biographical Information Maps’, 31 maart 2008
Colin Bennett ‘John Whiteside Parsons’, Fortean Times, maart 2000
Vincent Brome ‘Jung: Man and Myth’ (1978)
Cees Fasseur ‘Juliana & Bernhard Het verhaal van een huwelijk De jaren 1936-1956′ (2008)
Speciale dank:
Gemeentebibliotheek Rotterdam
Leden ‘Odd Fellows’




