De mythe van de Illuminatenorde

illuminati3.jpg

Door: Bernd Harder

De Illuminaten waren elitaire wereldverbeteraars in Beieren in het laatste kwart van de achttiende eeuw. Na hun verdwijning groeiden de mythen over dit naiëve en onschuldige geheime clubje uit tot mondiale proporties.

De Bund der Illuminaten begon als een leesgezelschap onder de naam Perfectibilisten. Het was op 1 mei 1776 opgericht door Adam Weishaupt (1748-1830), professor canoniek recht (geen theoloog) en filosofie aan de Universiteit van Ingolstadt. De club bestond uit zijn beste studenten. Het gezelschap wilde de contemporaine verlichtingsliteratuur kunnen lezen zonder door jezuïeten gehinderd te worden. De paus had de jezuïeten in 1773 opgeheven, maar tot die tijd bezaten ze in Beieren het monopolie op onderwijs en waren nog steeds machtig.

Weishaupt zag zichzelf als de natuurlijke tegenstander van de jezuïeten in Ingolstadt en als iemand die de mensheid in het algemeen kon bevrijden van bijgeloof en tirannie. Zijn tijdgenoten zagen hem als een bleke, stoïcijnse en gesloten man, die slechts met enkele academici omging. Moderne historici concluderen dat hij een wereldvreemde, wantrouwerige en intolerante kamergeleerde was. Zijn gezelschap was een soort vrijmetselarij voor academici, maar ontdaan van rituelen. Weishaupt voelde zich sinds zijn jeugd al op de kop gezeten door de jezuïeten, vandaar dat hij alles zo geheim mogelijk wilde houden. Hijzelf nam de ‘ordenaam’ Spartacus aan.

De eerste twee jaar telde de club ergens tussen de tien en twintig leden. Ter vergelijking: in Duitsland waren er in de tweede helft van de 18de eeuw 433 leesclubs, met samen 12.600 leden. In 1778 werd de latere president van Pfalz, Franz Xaver von Zwack (1755-1843), lid onder de naam ‘Cato’. Die maakte er een echte club naar vrijmetselaarsmodel van, met doelstellingen, statuten en inwijdingsgraden. Weishaupt stelde voor het de ‘Bijenorde’ te noemen, met bijpassende symboliek. Zo zou een der graden het honingverzamelen kunnen heten. Zwack vond dit weinig geloofwaardig, en bedacht de naam ‘Illuminatenorde’, oftewel verlichtingsclub.

Zwack begon ook systematisch leden te werven onder de vrijmetselaars die in die tijd in Duitsland 27.000 leden telden. In 1782 ontstond er tijdens een congres in Wiesbaden een schisma onder de vrijmetselaars, waardoor de Illuminatenorde een aantal prominente vrijmetselaars kon opnemen. De Illuminaten verschilden echter van de vrijmetselaars in een aantal opzichten. Ten eerste was de orde een geheim genootschap, terwijl de vrijmetselaars openlijk lid van deze of gene loge waren, en ten tweede streefden de Illuminaten expliciet politieke doelen na, terwijl politieke discussies juist verboden waren voor vrijmetselaars.

Behalve Zwack was er nog een tweede peetvader van de Illuminaten, namelijk baron Adolf Knigge, codenaam ‘Philo’. Weishaupt had opgemerkt dat de orde eigenlijk alleen in zijn eigen hoofd bestond. Daar deed Knigge wat aan. Hij stelde in 1781 een hervormingsplan op, waardoor de Illuminaten meer op de vrijmetselaars gingen lijken. Er kwam een inwijdingsritueel voor nieuwe leden, en dertien graden zoals Novice, Minervale, Illuminatus Maior enzovoorts tot en met Magus en Rex. Door Knigges inzet steeg het aantal leden tot ergens tussen 700 en 1400. Overigens wulden vele oudere en invloedrijke personen juist geen lid worden vanwege organisatiestructuur. Volgens schattingen van historici hadden de Illuminaten op zijn hoogst 2500 leden. Knigge zei dat het allemaal edele, voorname en belangrijke personen waren.

Wetenschapshistorici denken daar anders over. Zij zien een buitengewoon groot aantal tweederangsacademici. Behalve Goethe, Knigge zelf en de uitgever van een boekenblad, Friedrich Nicolai (1733-1811), waren er geen bekende vertegenwoordigers van de late Duitse Verlichting. Sociaal gezien ging het om niet al te rijke leden van de opkomende burgerstand en de adel. Historica Marian Füssel van de Universiteit van Münster schat het aandeel van ‘geleerden’ op 45 percent.

De relatie tussen de despotische Weishaupt en de democratische Knigge bekoelde zeer snel. Knigge (die zich in de jaren 1770 al in een bestuursorgaan te Kassel door geruzie onmogelijk had gemaakt) kreeg zoveel onenigheid met Weishaupt dat hij in 1784 de beweging vaarwel zei. Daarna bestond de Illuminatenorde nog een jaar. In dat jaar had keurvorst Karl Theodor van Beieren al alle verenigingen verboden die zonder overheidstoestemming waren opgericht, en in 1785 verbood hij de Illuminatenorde expliciet. Als gevolg van dat verbod kon de politie grote hoeveelheden correspondentie van de orde in beslag nemen tot grote vreugde van alle latere historici. Verder werd Weishaupt ontslagen als professor. Hij vertrok en vestigde zich uiteindelijk in Gotha. Hij schreef in de periode 1785-1787 nog enkele boeken over de Illuminaten.

Utopisten

Meestal hoort men dat de Illuminaten het traditionele religieuze en politieke gezag van absolutistische heersers wilden afschaffen. Maar zo simpel ligt het niet. Zelfs onderzoekers verschillen aanzienlijk van mening. Het is onduidelijk of de Illuminaten een revolutie wilden of hun doel geweldloos wilden bereiken.

Eind 18de eeuw werden de Illuminaten tezamen met de jacobijnen als de allerergste revolutionairen beschouwd. Tegenwoordig komt men ze in de samenzweringsliteratuur nog volop tegen. Is dat niet teveel eer voor de meelijwekkende geschiedenis van tien jaar verenigingsleven?

Inderdaad, de Illuminaten vonden slechts dat de vorst zijn absolute heerschappij in de geest van de Verlichting moest uitoefenen. Zo verklaarde Knigge dat alle vorsten, hun familie, ministers, rechters en andere hoge en lage beambten eigenlijk de doelen van de Illuminatenorde zouden moeten delen. Inderdaad waren de hertogen van Weimar en van Sachsen-Gotha-Altenburg lid van de club. Weishaupt vond dat het doel van zijn organisatie bestond uit een zedelijke opvoeding van de clubleden en daarna van de rest van de mensheid. Hij wilde door deze morele opvoeding ‘de natuurtoestand van vrijheid en gelijkheid in de menselijke samenleving herstellen, die door wereldlijk en geestelijk despotisme verworden was.’De Illuminatenorde had dus als utopisch ideaal de perfectionering van het bestaande systeem.

Uit documenten blijkt echter dat het geheime genootschap bijna voortdurend op uiteenvallen stond door meningsverschillen in de leiding. Wat in de ontelbare programma’s, statuten en instructies stond, bleef grotendeels papier. Ze hadden pedagogische hervormingsplannen en probeerden ook sleutelposities in de maatschappij te bezetten. Wat dat laatste betreft: ze wisten in het hoogste gerechtshof te infiltreren.

Samenvattend, boekenwurm Weishaupt en zijn kameraden waren utopisten, die de vrome wens koesterden om door hun superieure argumentatie de heersende klasse ertoe te brengen wat van hun macht af te staan. ‘Weishaupt pleitte voor een geleidelijke ontwikkeling van een staat gebaseerd op willekeur naar een rechtsstaat, van heerschap van vorsten naar een kosmopolitisch republikanisme. Deze milde uitdaging aan de oude machten was kennelijk al te sterk’ (vrij geciteerd naar Roth en Sokolowsky, 1999).

De Illuminatenorde was in onze ogen misschien een zonderling clubje, maar dat ze buiten het hof om over politiek konden discussiëren, was zo iets nieuws dat het grote indruk maakte op alle Duitse verlichters voor de Franse revolutie, volgens de historicus en Illuminatenonderzoeker Richard van Dülmen. Dat was echter niet waarom de keurvorst de orde verbood. Dat had eerder te maken met een crisis in de Beierse staat in 1784. Er was een algemene reactionair-conservatieve ontwikkeling aan de gang. De ontdekking dat er een geheim genootschap bestond, was voor de staat het bewijs dat de Verlichting tegen religie en tegen de staat gericht was. Met de Illuminaten werden in een moeite door alle verlichtingsgezinden aan de kaak gesteld als vijanden van het systeem.

Revolutionairen

Van Dülmen ziet opkomst (1776) en ondergang (1785) van de Illuminaten als een typisch product van de politiek van Beieren. De hervormingspolitiek van 1779/1780 mislukte door falend beleid en leidde tot een crisis die in 1785 in een belastingweigering resulteerde. Vanaf 1781 kregen reactionaire krachten de overhand, die zich al veel eerder tegen de Verlichting keerden: tijdschriften werden verboden, boekhandelaars gearresteerd en schrijvers werden gestraft.

Ten slotte had Karl Theodor nog een privéprobleem. Hij had zich erg impopulair gemaakt. Hij kwam uit de Pfalz, en was in 1777 als vorst van Beieren de overleden Maximiliaan III Joseph opgevolgd. Hij vond Beieren niet zo leuk en probeerde Beieren te ruilen voor België. De patriottische partij, die zich om zijn schoonzuster hertogin Maria Anna von Pfalz-Sulzbach had gegroepeerd, gebruikte de Illuminatenkwestie om stemming tegen de hervormingsgezinde Karl Theodor te maken. Na het mislukken van het ruilproject nam Karl Theodor daarom zelf de vervolging van de Illuminaten ter hand.

Dat de Illuminaten verboden werden, had dus bijna niets met hun feitelijke betekenis te maken. Dit clubje ondernam nauwelijks iets om zijn wensdromen, een mengsel van Griekse filosofie, verlichtingsdenken en milde grootheidswaanzin, te verwezenlijken. Vier jaar later barstte de Franse revolutie los, en sinds die tijd gelden de Illuminaten onder samenzweringstheoretici als aanstichters daarvan. Twee auteurs voeren dit legioen fantasten aan. De ene is de Schotse professor in de natuurfilosofie John Robinson, met zijn boek Proofs of a Conspiracy Against all Religions and Governments in Europe. De ander is de Franse ex- jezuïet en royalist pater Augustin Barruel. Na Robinson ontmoet te hebben schreef hij snel ‘Mémoires pour servir à l’histoire du Jacobinisme’, en was Robinson daarmee net voor. Beide boeken verschenen in 1797. Enig verschil tussen vrijmetselaars, jacobijnen en Illuminaten maakten ze niet.

De Weense uitgever en schrijver Leopold Alois Hoffmann praatte ze na in zijn tijdschrift Eudämonia: Journal für Freunde von Wahrheit und Recht. Het jacobinisme was een ‘uitvloeisel van het Illuminatisme, een en hetzelfde monster dat slechts in dit land de ene naam, en in het andere land de andere naam draagt. (..) De doeleinden van deze afschuwelijke bond bestaan erin dat ze de altaren willen omstoten, de tronen ondermijnen, de moraal bederven, de maatschappelijke orde overhoop halen, kortom elke burgelijke en religieuze instelling neerhalen en in stede daarvan het heidendom, de moordpartijen en gruwelen van een demagogische anarchie invoeren.’

Er gebeurde in wezen hetzelfde als in 1785 in Beieren. Men begreep niet dat een sociaal-politieke omwenteling een gevolg was van sociale en politieke misstanden, maar meende dat de mensen verleid waren door antifeodale en antigodsdienstige ideeën. Afwijzen van Verlichting en Illuminaten zijn typische kenmerken van de reactionair-politieke krachten in de periode 1789-1848, aldus Van Dülmen. Iets van een link was er wel, zo verdedigde Knigge vaak de Franse revolutie, maar volgens historici hebben het zich elitair wanende Illuminatenclubje en de jacobijnen helemaal niets gemeen, en bovendien was de Illuminatenorde nooit een echte politieke beweging. Verder wilden de meeste ex-Illuminaten niets meer met geheime genootschappen te maken hebben. De tijd van leden werven met elitair-kosmopolitische doelen was voorbij.

Denktank

Na 1789 kwamen de samenzweringstheorieën in zwang. Al die theorieën lijken op elkaar, van de samenzwering tussen vrijmetselaars, anarchisten, Illuminaten en jacobijnen die staat en kerk in Frankrijk en daarna in de rest van de wereld wilden vernietigen, tot aan het moderne waanidee van de internationale samenzwering van Joden en vrijmetselaars. Waar kwamen die vandaan? De historicus professor Dieter Groh (1996) zegt dat de verliezers en tegenstanders van de revolutie naar een eenvoudige verklaring van de gebeurtenissen zochten.

De mannen die na een lange voorbereiding hun plannen in daden hadden omgezet, moesten wel door en door slecht zijn, want hoe anders was hun succes tegen kerk en staat te verklaren? In die tijd dook het woord ‘Satanisch’ vaak op. Tegen Satan waren de krachten van het goede, met andere woorden van het Ancien Régime, machteloos zolang men niet doorhad waarmee men te maken hadden. Het was dus zaak kennis over deze internationale coalitie van ongelovigen, rebellen en anarchisten tot in de kleinste dorpjes te verspreiden. Aldus Groh.

Wie is verantwoordelijk voor de hoge benzineprijs of voor het gebrek aan loodgieters in het weekend? Natuurlijk de Illuminaten, zegt Robert Anton Wilson in zijn boek ‘Cosmic Trigger: Final Secret of the Illuminati’ (1977), die eerder met Robert Shea de surrealistische en dolkomische ‘Illuminatus!’-trilogie (The Eye in the Pyramid, The Golden Apple, Leviathan, 1979-1971) had geschreven. Wilson zal het wel weten, want complottheoretici houden hem voor de leider van de club, die nog steeds zou bestaan. Hij ontkent het weliswaar, maar dat is alleen maar een extra bewijs dat de samenzwering heel geheim is, toch?

Auteur Wilson van genoemde speculatieve mix van science-fiction, politieke thriller en moderne sprookjes beantwoordt ongaarne vragen over de betekenis van zijn boek. Niettemin is hij bij zijn onderzoek tot de conclusie gekomen dat sommige van Weishaupts Illuminaten nog tegen het einde van d 18de eeuw in diverse Europese vrijmetselaarsloges actief waren. Maar dat de Illuminaten daarna over de hele wereld de vrijmetselaars hebben overgenomen betwijfelt Wilson. ‘Al dat soort beweringen staan in van die merkwaardige boeken die duidelijk iets paranoïeds hebben, terwijl deze these op geen enkele manier door erkende auteurs gesteund wordt.’

Feit is wel dat Leopold Engel, een occultist uit Dresden, in 1896 of 1897 de Illuminatenorde opnieuw probeerde op te richten, en dat hij in 1925 zelfs de ‘Weltbund der Illuminaten’ uitriep. In 1933 werd deze opgeheven door de nazi’s en daarna is er niets meer van gehoord.

Daarom bekommeren complottheoretici zich niet. Toen de Amerikaanse journalist George Johnson voor zijn boek ‘Architects of Fear: Conspiracy Theories and Paranoia in American Politicis’ (1984) onderzoek deed, kwam hij in het zuiden van Californië christen-fundamentalisten tegen die Lucifer (de gevallen Engel van het Licht) beschouwden als de eerste Illuminaat, en die herdrukken van John Robinsons boek uit 1797 publiceerden, maar hij vond ook verwarde bewoners van de suburbs die alle ellende van de wereld (drugs, geslachtziekten, inflatie en belastingen) aan de Illuminaten weten. Na het verzamelen van al zijn materiaal voelde Johnson heel even wat Groh de complottheoretische verleiding noemt: men heeft al het materiaal voor zich en het lijkt er gewoon om te vragen om als marsepein in allerlei vormen gekneed te worden.

Na het verdwijnen van de Illuminaten herrezen ze als mythe, machtiger dan ze ooit geweest waren. De politicoloog Michael Barkun van de Syracuse University merkt op dat de verhalen over hoe ze de Franse bevolking gemanipuleerd hadden om de monarchie te vernietigen een soort alternatieve geschiedschrijving zijn. Door die verhalen ontstond een beeld van een heel erg machtig en sluw genootschap waarvan de tentakels tot over de Atlantische Oceaan reikten. Een eerste angstgolf bereikte de VS al aan het einde van de 18de eeuw.

Op het ogenblik zijn er tal van producten die inspelen op de fascinatie van het publiek voor de Illuminaten. Behalve het boek van Wilson en Shea is daar de film ‘23′van Hans-Christian Schmid (1998), gebaseerd op het levensverhaal van Karl Koch, een jonge computerliefhebber die alles geloofde wat in ‘Illuminatus!’ stond, aan de drugs raakte en onder onopgehelderde omstandigheden (waarschijnlijk zelfmoord) om het leven kwam op zijn 23ste. Als Weishaupts idee om zijn club Bijenorde te noemen was doorgegaan, was het misschien niet zover gekomen. Maar nu komen ze in films als ‘Tomb Raider’ en ‘The Matrix’ als vage verwijzing voor en ook in allerlei spellen. ‘Anarchisme, fascisme, soefisme, buitenaardsen, zeeslangen en graancirkels, ze worden overal voor verantwoordelijk gehouden.’, zegt Robert Wilson geamuseerd.

In Dan Brown’s boek ‘Het Bernini mysterie’, oorspronkelijke titel ‘Angels and Demons’ (2000), komt een enorme hoop klinkklare onzin voor over de natuurkunde van elementaire deeltjes en de rooms-katholieke kerk, en de plot rammelt aan alle kanten, maar wat er over de Illuminaten wordt verteld, raakt evenmin kant noch wal. Volgens Browns hoofdfiguur professor Langdon zijn de Illuminaten een wetenschappelijke denktank waar Copernicus al lid van was en die supergeheim is, maar toch hun slachtoffers brandmerken met hun logo. Als een professor het zegt, zal het toch wel kloppen denkt de lichtgelovige lezer dan. Inmiddels staan Browns fantasieën alweer met bronvermelding en al op internet.

De essentie van de Illuminaten is dat niemand precies weet wat ermee bedoeld is, en dat iedereen er dus zelf wat voor kan invullen. Ze fungeren tot in de 21ste eeuw als projectiescherm voor collectieve angsten.

Geplaatst met mondelinge toestemming van Jan Willem Nienhuys van Stichting Skepsis

Geraadpleegde bronnen

D. Burstein, red. (2005), Die geheime Bruderschaft: Dan Browns ‘Illuminati’ entschlüsselt. Goldmann, München.

D. Groh, (1996), Verschwörungen und kein Ende. In: K. Michel und T. Spengler, Kursbuch 124: Verschwörungstheorien. Rowolt. Berlijn.

R. van Dülmen (1975), Der Geheimbund der Illuminaten: Darstellung, Analyse, Documentation, Formann-Holzboog-Verlag, Stuttgart.

J. Roth en K. Sokolowsky (1999). Der Dolch im Gewande. Komplotte und Wahnvorstellungen aus zweitausend Jahren. Konkret-Texte 20, Hamburg.

R.A. Wilson en M.A. Hill (1998), Everything Is Under Control: Conspiracies, Cults, and Cover-ups, HarperCollins, New York.

Volledige literatuuropgave staat in de originele versie in Skeptiker 2005 (4).