Terugblik: De opkomst van Hitler

klein_adolf_hitler_foto_archief.jpg

Door: Wouter Engler / Foto’s: Bundesarchiv
Hoe kon het gebeuren dat een jongeman, die ooit de passie had om kunstschilder te worden, zou uitgroeien tot de een dictator die miljoenen joden de dood injoeg? Een reconstructie van de opkomst van Adolf Hitler.

‘Die ouderwetse bureaucraten! Die fossielen begrijpen er niks van! Ze moeten de hele kunstacademie opblazen!’ Zijn ogen spuugden vuur. ‘Wat nu?’, vroeg vriend August Kubizek. ‘Laat maar’, zei Hitler. Hij was afgewezen voor de Kunstacademie. Hij had zijn eerste jaar van zijn verblijf in Wenen zich niet zo voorgesteld. Hij had gehoopt dat zijn carrière als kunstschilder hier kon beginnen, maar zijn werk werd niet goed genoeg gevonden om die droom waar te maken.

Hitler was eerder ook zijn moeder verloren. Ze stierf op 21 december 1907 in Leonding aan de gevolgen van borstkanker. Kubizek, zijn naïeve jeugdvriend, kon zich niet goed voorstellen hoeveel verdriet dit hem had gedaan. Hitler vond zijn moeder de ‘ideale vrouw’. Niemand kon aan haar tippen… Of toch wel? Het was namelijk bekend dat een zekere ‘Stefanie uit Linz’ hem eerder het hoofd op hol had gebracht, maar daar was hij geen relatie mee begonnen. Kubizek meende later dat zijn vriend een vrouwenhater was.
kunst_van_hitler.jpg
Het is nog maar de vraag of ook echt geval geweest moest zijn. Hitler gedroeg zich in het bijzijn van vrouwen soms wat onzeker. Het kan zijn dat hij heel verlegen was. Toch waren de vrouwen zeker niet vies van hem. Het scheen zelfs zo te zijn dat operazangeressen naar hem knipoogden. Hitler was dan ook in zijn jonge jaren een nette verschijning. Hij had een hoed, donkere overjas en wandelstok met ivoren knop. Hitler was geïnteresseerd in dames van stand, maar kon geen respect opbrengen voor ‘losbandige’ vrouwen.

Hitler leefde als een geheelonthouder en waarschijnlijk had hij smetvrees. Hij kon in vervoering raken van de opera’s van Richard Wagner, zijn favoriete uitvoeringen waren Parcival en Die Meistersinger. Kubizek vertelde dat hij met zijn jeugdvriend een opera had bijgewoond. Hitler kreeg na afloop een levensecht visioen. ‘Ooit op een dag krijg ik een mandaat van het volk…’, stamelde hij. Kubizek maakte zich dan zorgen om het welzijn van Hitler, waar hij mee samenwoonde op de Stumpegrasse.

Hitler was dan ook zo grillig van aard en had last van woede-uitbarstingen. Kubizek herinnerde zich later ook nog een ruzie. Hitler had hem namelijk aangemeld voor de Antisemitische Bond. Hij was er zelf al enthousiast lid van geworden en vond dat zijn vriend dat ook moest worden. Kubizek was geschokt en ze kregen slaande ruzie.

Hans Frank verklaarde later dat de dictator van joodse afkomst moest zijn geweest. Hitlers grootvader, langs vaderzijde, was namelijk hem een rijke joodse man: Frankenberger. De moeder van zijn vader Alois, Maria Anna Schicklgruber, werkte als hulp in de huishouding van de Frankenbergers in Graz. Maria Anna Schicklgruber zou in die periode ook zwanger geraakt zijn van Alois, die later zijn achternaam veranderde in Hitler. Alois zou dat gedaan hebben omdat hij aanspraak wilde maken op de erfenis van Johann Nepomuk Hüt(t)ler.
2_kunst_van_hitler.jpg
Hitler vertrouwde aan Kubizek toe dat hij zijn achternaam maar ongeschikt vond voor een groot kunstschilder. Schicklgruber klonk zo boers en was ook te lang om op een doek te zetten. Hitler was een naam die bij iedereen bleef hangen. Hitler had dan wel een naam die iedereen onthield, maar het wilde niet vlotten met zijn ambitie om een groot kunstschilder te worden. Kubizek zat alles mee. Hij doorliep zonder problemen het conservatorium en wist - naar het schijnt - de meest de meest goddelijke noten uit zijn piano en viool te toveren. Kubizek slaagde in Wenen, maar Hitler overduidelijk niet.

Kubizek ging op vakantie naar Linz en liet zijn jeugdvriend achter. Hitler voelde zich toen heel eenzaam. Een laatste poging bij de Kunstacademie liep uit op een nog grotere teleurstelling, want hij mocht niet meedoen aan het toelatingsexamen. Hitler verhuisde naar de Felberstrasse 22. Hitler was nog geen twintig jaar oud en leefde bijna als een kluizenaar. Hij vulde zijn dagen met het lezen van boeken over politiek, waar hij sinds zijn bezoek aan het parlement zich heel erg voor interesseerde. Hij was geboeid door de politicus Georg Ritter von Schönerer, een antisemiet.

Hitler nuttigde ook soms een vegetarische maaltijd bij Kaffe Kubata of bracht een bezoekje aan het concertgebouw voor weer een opera van zijn held Wagner. Hij was verder een liefhebber van het tijdschrift Ostara. Dat was een racistische tijdschrift van de ex-cisterciënzer monnik Jörg Lanz von Liebenfels (echte naam: Adolf Lanz). Hitler maakte in dit racistische tijdschrift kennis met de doctrine van Lanz von Liebenfels: Theo-zoölogie. Volgens deze doctrine mochten Duitsers geen seksueel contact hebben met ‘sub-humane rassen zoals joden’.

De echte Germanen waren volgens de ex-monnik afstammelingen van de ‘Atlanteanen’ en hadden ‘sporen van Arisch bloed zoals blauwe ogen en blond haar’. De joden waren volgens hem niet meer dan ‘afstammelingen van de beesten’, die erop uit waren om alle ‘Arische mensen te besmetten’. Lanz von Liebenfels vond dat alle Joden moesten worden verbrand, dienst moesten doen als lastdieren of gedeporteerd moesten worden naar Madagascar. Strenge rassenwetten konden er vervolgens voor zorgen dat er een ‘Übermensch’ gekweekt kon worden dat voorbestemd was voor de absolute wereldheerschappij.
ostara.jpg
Hitler nam niet alle informatie uit dit tijdschrift serieus: ‘Ik vond de bewijsvoering voor de beweringen deels zo plat en buitengewoon onwetenschappelijk, dat ik door twijfels werd bekropen. Alles leek zo monsterlijk en de beschuldigingen zo overdreven, dat ik bang en onzeker werd.’ Hitler kreeg in winter van 1908 ook last van waandenkbeelden. Hij hoorde ‘stemmen’ en sidderde van angst toen een vreemde man hem op straat aankeek. Een krant die tegen zijn voet aanwaaide was volgens hem ‘een teken van een hogere macht’.

Toch maakt Hitler een evenwichtige indruk op de caissière van het Kaffe Kubata, ene Marie Rinke. Ze bewonderde Hitler: ‘Hij was zo anders dan de andere jongemannen. Zo gereserveerd en stil.’ Rinke was misschien een beetje verliefd. Ze kwam een aantal keren bij hem langs en had ook een koosnaam voor hem bedacht: ‘Doferl’. Hitler bleef eenzaam en vierde zijn twintigste verjaardag alleen. Steeds minder bleef er van zijn erfenis over en uiteindelijke verhuisde hij naar de Sechshauserstrasse 58, kamer 21. Hij leefde hier heel zuinig, stilde de honger met hompen brood en leste de dorst met melk.

Het leek weinig uit te maken, want er bleef niets over van zijn erfenis. Het wezenpensioen van 25 kronen, dat hij maandelijks kreeg uitgekeerd, was onvoldoende voor de huur van een andere woning in de omgeving. 19 september 1909 trok hij de deur achter zich dicht en liep hij als een zwerver door de straten. Was dit nou de stad waar hij een carrière als groot kunstenaar zou beginnen? Hitler sliep in portieken en op bankjes in het park. Hij vond in oktober een slaapplaats aan de Meldemansstrasse 27, het Männerheim.

Hitler las nog altijd Ostara en raakte steeds meer geboeid door de doctrine van Lanz von Liebenfels. Hij bracht zelfs een bezoek aan de maker van dit racistische blad. Hij wilde namelijk zijn verzameling compleet hebben. Lanz von Liebenfels was heel gastvrij voor de jongeman. Hij gaf hem kronen voor de reis terug en de nummers die nog ontbraken in zijn verzameling. Hitler was in deze periode heel arm, want zijn wezenpensioen ging bijna helemaal op aan zijn slaapplek in het Männerheim.

Hitler had op advies van zijn nieuwe vriend, Reinhold Hanisch, zijn familie per post om geld gevraagd. Hij kreeg vijftig kronen toegezonden en daar kocht hij tweedehands schoenen, een winterjas en ook teken-en schilderspullen van. Hitler schilderde stadsgezichten na en Hanisch verkocht die doeken vervolgens aan de hoogste bieder. De winst werd onderling verdeeld. Hanisch herinnerde zijn vriend niet als een antisemiet: ‘Hitler was in deze dagen in geen geval geen jodenhater. Dat werd hij pas later.’

Hitler was nog steeds zeer geïnteresseerd in politiek. Zodra hij tijd over had, las hij de politieke commentaren in de dagbladen aan de openbare leestafel. Hij hield over het algemeen afzijdig tijdens de meeste discussies, maar zodra er werd gesproken over kunst of politiek was hij meteen alert. Hij vergat dan ook om te schilderen en dat wekte de ergernis van Hanisch. Hitler vermoedde dat Hanisch geld achterhield en gaf hem aan bij de politie. Hanisch werd opgepakt omdat hij onder een valse naam leefde in het tehuis.
hitler-ludendorff_prozess.jpg
Hitlers situatie verbeterde toen hij een erfenis kreeg van zijn tante. Hij liep daardoor overigens wel de kans om uit het Männerheim gezet te worden. Angela Raubal, de halfzuster van Hitler, vond dat hij daarom best het wezenpensioen aan haar kind kon geven. Hitler weigerde dat in eerste instantie, maar ging toch overstag toen zijn halfzuster dreigde met een kort geding. Hitler had geld genoeg en kocht boeken en tijdschriften. Hij was geboeid door het occulte en het paranormale.

Hitler was bijvoorbeeld zeer geïnteresseerd in hypnose en telekinese. En hij toonde ook interesse in de sociaal-democratische beweging. Hij vond dat de sociaal-democraten zeer goed georganiseerd waren en werkelijk alles wisten van propaganda. Ze wisten ook hoe ze tegenstanders uit konden schakelen en deden dat bijvoorbeeld door een ‘stortvloed aan leugens en laster neer te laten komen op politieke tegenstanders’. Daar kon de Pan-Germaanse Beweging nog heel veel van leren, zo meende althans Hitler.

24 mei 1913. Hitler vertrok naar München. Hij had genoeg van Wenen: ‘De raciale samenklontering in de hoofdstad vervulde mij met afschuw. Het was de belichaming van raciale schande.’ Hitler huurde in München een kamer aan de Schleissheimerstrasse 34. Josef Popp was zijn huisbaas en die vond dat de nieuwe huurder een einzelgänger was, die er lichamelijk niet al te best aan toe was. Hitler las en en schilderde veel. Maar hij werd opgeroepen voor de militaire keuring in Oostenrijk.

Bovendien wilde hij helemaal niet terug naar Oostenrijk. Hitler onderging een keuring in Salzburg. Het rapport luidde: ‘Ongeschikt voor gevechts - en hulpdienst, te zwak. Niet in staat om wapens te dragen. Afgekeurd.’ Hitler was er dus zo slecht aan toe dat hij nauwelijks van waarde was voor het leger en keerde weer terug naar München. Frau Popp, de vrouw van zijn huisbaas, was zo vriendelijk dat ze zich over haar huurder ontfermde. Toen hij weer op de been was, wijdde hij zich weer aan zijn studies.
munchen_adolf_hitler_foto_archief.jpg
München was in de greep van nationalisme en antisemitisme. Geheime genootschappen waren in die tijd heel populair. De onzekerheden van de moderne wereld waren voor de lieden van stand blijkbaar reden om hun toevlucht te zoeken in de geschifte doctrine van Lanz von Liebenfels. Hervormingsgezinde democratische en kapitalistische krachten werden ineens gezien als ‘duistere bedenksels van het inferieure joodse ras’. Er heerste een verlangen naar een grote wereldoorlog die ‘de terugkeer zou inleiden van eenheid, hiërarchie en wereldrijk’.

1 augustus 1914. In München werd de door Hitler, en andere nationalisten, de zo vurig verlangde oorlog uitgeroepen. Hitler meldde zich drie dagen later als vrijwilliger bij het Beierse regiment List en werd deze keer zonder problemen toegelaten. De militaire training duurde ongeveer acht weken. Hitler: ‘Voor mij en elke andere Duitser begon de geweldigste en onvergetelijkste tijd van mijn aardse bestaan.’ Hitler kreeg van zijn kameraden de bijnaam ‘De Oostenrijker’.

Hitler redde tijdens die 45 maanden in het leger het leven van een Officier en dat leverde hem een promotie op tot Korporaal. Hij kreeg ook onderscheidingen: het IJzeren Kruis Tweede Klas en het IJzeren Kruis Eerste Klas. Maar op een gegeven moment ging het mis bij Ieper. Hitler raakte verblind tijdens een aanval met chloorgas. Tijdens zijn herstel in het militaire hospitaal in Pasewalk, dreigde een offensief de Duitse linies te doorbreken. Berlijn was op dat moment verlamd door stakers, die wilden vrede en democratie. Keizer Wilhelm II trad op 9 november af en vluchtte naar Nederland.

Hitler was weliswaar ontslagen uit het hospitaal, maar voelde zich nog steeds niet opperbest. De razendsnelle ontwikkelingen maakten een einde aan het Tweede Rijk. Hitler en zijn kameraden voelden zich verraden door het Verdrag van Versailles en meenden dat het een ingenieus complot moest zijn van de democraten, joden en communisten. Hitler werd na de oorlog door Kapitein Karl Mayr benoemd tot legerspion. Mayr had hem gekozen uit ‘medelijden’. Toch kwam zijn rekruut al spoedig tot de ontdekking dat hij een groot redenaar was.
leger_adolf_hitler_foto_archief.jpg
Kapitein Mayr wilde dat zijn rekruut infiltreerde in een kleine politieke partij: de Duitse Arbeiderspartij. De DAP was gesticht op 5 januari 1918 in het Fürstenfelder Hof te München door een zekere Anton Drexler, monteur bij de spoorwegen, en Karl Harrer, sportjournalist van de Münchener Augsburger Abendzeitung. Hitler woonde op 12 september 1919 een openbare bijeenkomst bij in bierkelder Sterneckerbräu. Hij zou tijdens deze bijeenkomst van zich laten horen en een onuitwisbare indruk achterlaten bij de partijvoorzitter.

‘Ik was nog niet eens klaar, maar deze professor had het pand al verlaten. Hij droop af als een natte poedel.’ Hitler had tijdens een open discussie - een onbekende - professor flink van repliek gediend. De professor had tijdens een discussie gesuggereerd dat Beieren en Pruisen onafhankelijke staten moesten worden. En dat wekte de toorn van de dictator in de dop. Hij wilde een verenigd Duitsland, vooral na de November revolte in Beieren. Voorzitter Drexler was enthousiast: ‘Man, die vent heeft een waffel, die kunnen gebruiken.’
Hitler was zelf niet zo onder de indruk van de partij: ‘Clubleven op het laagste niveau.’

Hitler las ‘s avonds het manifest van Drexler. Hij kon er tot zijn eigen verbazing er zich wel in vinden.Hij kreeg ook later een brief waarin stond dat ze hem geaccepteerd hadden als lid. Hitler aarzelde, maar accepteerde het verzoek. De DAP vergaderde in een restaurant aan de Herrenstrasse. Drexler verwelkomde Hitler: ‘Nu hebben we een Oostenrijker in ons midden met een grote mond!’ Na de vergadering was Hitler depressief en neerslachtig. Hij vond het een ‘vreselijke’ club’ en vroeg zich af of hij wel verder wilde met zijn opdracht. Hitler rapporteerde aan zijn superieuren dat de partij alleen een succes kon worden als hij de vrije hand zou krijgen. Nadat hij toestemming had gekregen, ging hij aan de slag.

De bijeenkomsten werden beter georganiseerd. Tevens konden er in de racistische krant, De Völkischer Beobachter, aankondigingen geplaatst worden voor partijbijeenkomsten - die nog weleens verstoord werden door communisten. Kapitein Mayr schreef later over hem aan Wolfgang Kapp: ‘De Nationale Arbeiderspartij moet de basis leveren voor de sterke stoottroepen die we hopen te krijgen…Ik heb zeer capabele jonge mensen op de been gebracht. Ene Herr Hitler bijvoorbeeld blijkt veel in beweging te kunnen zetten, hij is een volksredenaar van de eerste orde. In de afdeling München hebben we nu ruim tweeduizend leden, terwijl dat er in de zomer van 1919 nog geen honderd waren.’
hitlersprichtkrone.jpg
Hitler verwierf meer macht en aanzien binnen de DAP. De partij werd omgedoopt tot de Nationaal Socialistische Duitse Arbeiders Partij (NSDAP). Tevens koos hij de swastika als nieuw symbool. Hitler hekelde tijdens één van de vele bijeenkomsten van de NSDAP het ‘Dictaat van Versailles’, pleitte voor eenwording met Oostenrijk en zag de joden als de aartsvijanden van het Germaanse volk. Hitlers populariteit groeide met de dag en op een gegeven moment nam hij daarom afscheid bij de militaire inlichtingendienst. Blijkbaar had hij zijn ware roeping gevonden.

Hitler kon op de steun rekenen van Generaal Ludendorff. Hij deed mee aan poging tot een staatsgreep - De Putsch. Maar die mislukte. Hitler werd veroordeeld tot een gevangenisstraf. Tijdens het proces gedroeg hij zich als een martelaar. In de gevangenis Landsberg kreeg hij veel privileges. Hitler had echter ook bewonderaars. Ze zagen hem als de ‘Messias van het Duitse volk’. In die tijd werd zelfs een lied over hem geschreven. Dit loflied van Georg Schott had het over Hitler ‘de profetische mens’, Hitler ‘het genie’, Hitler ‘de bevrijder’ en Hitler ‘de loyale’.

Hitler dicteerde aan Rudolf Hess zijn boek: ‘Mein Kampf’. Maar dit boek werd niet echt een bestseller, waarschijnlijk omdat het zo ontzettend slecht geschreven was. Hitler werd in 1924 vervroegd vrijgelaten. Hij mocht ook niet meer in het openbaar spreken en liep zelfs het risico om gedeporteerd te worden naar Oostenrijk. De NSDAP was officieel verboden. Hitler wist Heinrich Held, de eerste Minister van Beieren, te overtuigen dat hij zich voortaan zou gedragen. Held zei tegen de Minister van Justitie: ‘Het wilde beest is getemd. We kunnen ons nu permitteren de ketting los te maken.’

Hitler kon zijn gang gaan en beloofde dat hij voortaan de grondwet zou respecteren. Toch kon hij niet langer op de hulp rekenen van zijn oude kameraden, waaronder Drexler en Ludendorff. In de Bürgerbräukeller sprak hij duizenden volgelingen toe en ging hij wederom tekeer tegen de communisten en de joden. ‘Maar eerder of later zullen wij de meerderheid verkrijgen - en daarna zal Duitsland van ons zijn.’ Het beest was bij lange na niet getemd….Integendeel!
speech_adolf_hitler_foto_archief.jpg

Geraadpleegde bronnen
William L. Shirer ‘Opkomst en ondergang van het Derde Rijk’, (Deel 1), H.J.W. Becht (Vertaling)
Ian Kershaw ‘Hitler, hoogmoed 1889-1936’ (1999), Het Spectrum (Vertaling)
John Toland ‘Adolf Hitler’ (1976) Ballantine Books
Dave Fitton’s documentaire ‘The Occult History of the Third Reich’ (1999)
Walter C. Langer ‘The Mind of Adolf Hitler’ (1972), Basic Books
Adolf Hitler ‘Mein Kampf’ (1925), Eher Verlag