Delfts politiek talent

dr.JPG

Sommige studenten hebben een bijbaantje in de supermarkt of de videotheek. Maar David Riphagen (22) niet. Hij zit in de Delftse gemeenteraad voor de Studenten Techniek in de Politiek (STIP). Profiel van een plaatselijk politiek talent.

Na zonder veel problemen zijn gymnasium te hebben afgerond, ging Riphagen technische bestuurskunde studeren aan de TU Delft. Nu staat hij elke dag met zijn ‘poten in de modder’, de alledaagse bestuurderspraktijk als student. Riphagen’s portefeuille liegt er in elk geval niet om: werk, zorg, onderwijs, leefbaarheid, cultuur, kennis, economie en mobiliteit.

Teveel? ‘Nee, het bevalt prima. Na een aantal jaren hard werken binnen STIP als partijvoorzitter en raadslid heb ik het geschopt tot lijsttrekker. Dus dat voelt ontzettend goed. Ja, een eer. Want je bent toch een vertegenwoordiger van de studentenbelangen die hier in de gemeente spelen’. En STIP is niet zomaar een of andere lokale splinterpartij. Ze heeft een fractie van drie man en een wethouderszetel!

Raadslid en nú lijsttrekker, het kan voor Riphagen niet op. Voor burgemeester Bas Verkerk is hij in ieder geval een aanwinst voor de gemeenteraad. ‘Scherp, innoverend en zeer geduldig. Je kan je bijna niet voorstellen dat het hier om een 22-jarige gaat.’

Is hij alleen maar positief? Burgemeester Verkerk kan na lang nadenken slechts één minpuntje verzinnen. ‘Nou, ik hou niet van open boordjes. Ik vind namelijk dat je eigenlijk altijd een stropdas aan moet als politicus. Je bent immers vertegenwoordiger voor inwoners van de gemeente Delft’.

Open boordjes of niet, voor Daan van Schie van de studentenvakbond is hij een degelijke debater met een gedegen dossierkennis. ‘Afgezien van het feit dat hij een klein beetje chaotisch soms is, heb ik louter en alleen goede indrukken van Riphagen. Hij staat namelijk dicht bij de Delftse inwoners.’

Maar de fractievoorzitter van Stadsbelangen Delft, Aad Meuleman, ziet toch wel signalen waaruit de onervarenheid van het huidige raadslid blijkt:  ‘Je ziet gewoon dat Riphagen over het algemeen heel voorzichtig is in het debat. Daarnaast zou hij wat meer moeten luisteren naar de gewone burgers van Delft, dus niet alleen naar de studenten.’