Het nazi-verleden van Prins Bernhard (1911-2004)
Door: Wouter Engler
Prins Bernhard van Lippe-Biesterfeld heeft tijdens zijn leven nooit erg veel losgelaten over zijn foute verleden, maar nu zijn er over die periode zoveel feiten boven water gekomen dat wij een heel ander beeld van hem krijgen. Een reconstructie van het nazi-verleden van wijlen Bernhard.
Alden Hatch, de officiële biograaf van de Prins, komt in de jaren zestig tot een schokkende conclusie: ‘Zij die beweren dat de Prins der Nederlanden eens de zwarte uniform van Hitlers SS heeft gedragen hebben gelijk…’ Hoe kon de Prins dan vlak voor zijn overlijden beweren, nota bene met de hand op de bijbel, dat hij ‘nooit een nazi was’ in een exclusief interview met journalisten Jan Tromp en Pieter Broertjes van de Volkskrant? Was hij nu wel of niet een nazi? Als we op die vraag een antwoord willen krijgen moeten we eerst terug naar begin jaren twintig van de vorige eeuw. Hitler zit op dat moment nog gevangen in Landsberg.
Hitler is er dan meer dan ooit van overtuigd dat hij een sterke lijfwacht nodig heeft, een keurkorps dat niet bang is om zelfs ‘z’n eigen broeders te bestrijden’. De Stosstrupp-Hitler München, prototype van de latere SS, was echter al vrij snel uiteengevallen nadat hij door een mild gestemde rechtbank voor zijn aandeel in de putsch van 9 november 1923 werd veroordeeld tot vijf jaar vestingstraf, met aftrek van voorarrest. Hitler zit negen maanden van zijn straf uit en geeft na zijn vrijlating zijn chauffeur en ex-bodyguard Julius Schreck opdracht om een korps op te richten dat over hem en zijn partij moet waken: de Schutzstaffel (SS).
SS
Heinrich Himmler, die tevens een belangrijk aandeel had gehad in Hitlers putsch, is op dat moment nog geen Reichsführer der SS. Hij had na een periode van werkloosheid een baan gevonden als secretaris van gouwleider Gregor Strasser van de Nationalsozialistische Freiheitsbewegung (NSFB). Himmler vindt daarna emplooi als functionaris bij de partijcentrale van de NSDAP in München. Hij wordt in 1927 aangesteld als plaatsvervangend Reichsführer der SS. De SS telt op dat moment slechts een paar honderd leden. Himmler wordt in januari 1929 benoemd tot Reichsführer der SS.
Himmler, die een uiterst elitair keurkorps voor ogen heeft dat volgens hem de Arische lotsbestemming moet waarmaken, krijgt in 1930 van Hitler toestemming om uit de rangen van de Sturm Abteilung (SA) manschappen te rekruteren voor zijn SS. De aanhoudende economische crisis zorgt er ondertussen voor dat steeds meer werklozen hun toevlucht zoeken bij de SA. Op een gegeven moment is de SA zelfs 100.000 man sterk. Radicalen binnen de SA ageren fel tegen de huidige politieke koers van Hitler. Ze noemen de invloedrijkste aanhangers van de partij, zoals aristocraten en industrialisten, ‘verachtelijke parasieten’.
SA
Hitler roept de hulp in van Kapitein Ernst Röhm. Hij wordt in 1931 de nieuwe stafchef van de SA. Röhm weet echter al vrij snel de gemoederen te bedaren binnen de SA. De SA heeft begin jaren dertig een opvallend nieuw lid van blauw bloed in haar gelederen: Prins Bernhard. Hij is lid van de paramilitaire Motor-SA in Berlijn. Bernhard doet mee aan autorally’s en moet zo nu en dan op wacht staan. De Berlijnse SA waartoe zijn formatie behoort staat echter al gauw bekend als de meest beruchte stormtroepdivisie van heel Duitsland en zou later zelfs worden ingezet ter ondersteuning van de politie en de gevreesde Gestapo.
Bernhard had weliswaar al in mei 1929 zijn eindexamen voltooid aan het Arndt-Gymnasium in Berlijn-Dahlem, maar tot ontevredenheid van zijn vader niet naar behoren gepresteerd op de Universiteiten van Lausanne en München. En mocht het nu proberen aan de Universiteit van Berlijn. Bernhard geniet met volle teugen, want hij kan naast zijn studie in de rechten zich in zijn vrije uurtjes wijden aan motoren. De straatterreur tegen joden en communisten neemt ondertussen hand over hand toe, maar dit lijkt de familie van de prins weinig uit te maken. Hitler kan immers rekenen op de steun van de meerderheid van de Duitse aristocratie.
NSFK
Bernhard wordt vermoedelijk in 1932 aspirant-lid van de National-Sozialistische Flieger Korps (NSFK). De NSFK is een dekmantel om de opgelegde beperkingen van het Verdrag van Versailles te omzeilen. Officieel is het een Liga voor Sportvliegers, maar in werkelijkheid trainen er in het geniep oorlogsvliegers. De NSFK is een voorloper van de Luftwaffe en de leiding is in handen van de heldhaftige Duitse oorlogsvlieger Ernst Udet (1896-1941). Tevens een zeer goede pilotenvriend van nazi-kopstuk Hermann Göring, de latere Minister van Luchtvaart en Pruisisch Minister van Binnenlandse Zaken.
Bernhard’s eerste lessen in het luchtruim lijken goed te gaan, totdat hij samen met instructeur Hans Mössner neerstort in de Seddiner See bij Berlijn. De prins en zijn instructeur zwemmen naar de oever van het meer, maar het toestel kan inmiddels als verloren worden beschouwd. Mössner krijgt de wind van voren door een woedende commandant op het vliegveld. Hij vloekt en tiert en geeft in eerste instantie de instructeur de schuld. Bernhard bedankt voor het lidmaatschap. ‘Hij had gelijk en wij hadden ongelijk. Hoewel ik het toestel niet zelf had bestuurd wist ik dat ik eruit lag.’, zou hij later verklaren aan zijn biograaf Alden Hatch.
NSDAP
Steeds meer leden van de Duitse adel treden in het voorjaar van 1933 toe tot de SA en SS. De Reiter-SS en Motor-SA staan daarom al gauw bekend als elitaire nazistische verenigingen. Adellijken zijn ook lid van de Nationaal-Socialistische Duitse Arbeiderspartij (NSDAP). Bernhard zou weldra hun voorbeeld volgen en meldt zich op 1 mei 1933 aan als lid van de NSDAP (Mitglieds-Nr. 2 583 009). Leopold Bernhard zur Lippe, een neef van Bernhard, onderschreef overigens een jaar eerder al de racistische en antisemitische standpunten van Hitlers partij die sinds 30 januari 1933 aan de macht is gekomen in Duitsland.
Bernhard is in mei ook getuige van de boekverbranding op het plein voor de universiteit, waar hij op dat moment rechten studeert. Talloze wetenschappelijke en filosofische werken gaan in vlammen op. Bernhard begint te twijfelen. In tegenstelling tot zijn broer Aschwin, die Hitler blindelings volgt. Bernhard verwacht dat er iets verschrikkelijks staat te gebeuren en heeft plannen om te emigreren naar Engeland of Canada, maar krijgt het advies van zijn ouders om zijn studie af te maken. Bernhard: ‘Ja, daar is misschien wel iets voor te zeggen, aangenomen tenminste dat daar nog tijd voor is.’
Crisis
Röhm werkt de nieuwe rijkskanselier behoorlijk op de zenuwen. Hij propageert een ‘tweede revolutie’, zoals de invoering van een anti-kapitalistisch systeem en de opbouw van een volksleger bestaande uit de SA en Reichswehr waarover alleen hij het opperbevel wil voeren. Hitler, die niet een tegen-putsch van Röhms SA wil riskeren, besluit na valse inlichtingen zich van zijn Minister Zonder Portefeuille te ontdoen: Röhm wordt vermoord als hij aan het vrijen is met een SA-man. Honderden, zo niet duizenden, potentiële vijanden worden op even koelbloedige wijze afgemaakt door Himmlers SS tijdens de ‘Nacht van de Lange Messen’.
26 juli 1934, Hitler maakt bijna een maand na het bloedbad het volgende bekend: ‘Als beloning voor de uitnemende verdiensten, vooral in verband met de gebeurtenissen van 30 juni 1934, verleen ik de SS de status van onafhankelijke organisatie binnen de Nationaal-Socialistische Arbeiderspartij.’ De SA verliest binnen een zeer rap tempo aan betekenis en wordt hooguit opgeroepen als er bijvoorbeeld routes afgezet moeten worden voor officiële nazi-plechtigheden. De elitaire Motor-SA is dan waarschijnlijk al opgegaan in het National-Sozialistische Kraftfahrt Korps (NSKK).
NSKK
Bernhard wordt in 1934 lid van de paramilitaire NSKK. De NSKK organiseert onder andere rally’s, militaire en technische cursussen en trainingen en geeft eveneens acte de présence tijdens massale bijeenkomsten van de NSDAP. De jonge leden, allemaal overtuigde nazi’s die de ambitie koesteren om te dienen in een onderdeel van het leger of de marine, dragen volgens de voorschriften een nazi-uniform en een helm met een hakenkruis. De NSKK maakt deel van de Reiter-SS, dat weer onderdeel is van de algemene SS. Bernhard, die worstelt met zijn studie rechten, lijkt het wel een goed plan om ook lid te worden van de SS.
Het dubbele lidmaatschap wat de prins voor ogen heeft is zeker niet ongebruikelijk, toch is het buitengewoon moeilijk om toe te treden tot het keurkorps van Himmler. Elke rekruut moet namelijk een zeer trouw partijlid zijn en bovendien over de gewenste raciale achtergrond en lichaamskenmerken beschikken. Rekruten moeten verder ook nog een zeer zware fysieke test ondergaan en anderhalf jaar in het keurkorps dienen voordat ze als volwaardig lid van de SS meetellen. Himmler is echter bijzonder geïnteresseerd in rekruten afkomstig uit de Duitse aristocratie omdat ze maatschappelijk het meest aanvaardbaar zijn voor de nazibeweging.
Leibstandarte
Bernhard benadert samen met vrienden zijn nazi-vriend Walter Wunderlich, die op dat moment onder meer militaire trainingen geeft aan NSKK-leden en commandant is van de Berlijnse afdeling van de gemotoriseerde SS. Bernhard weet de commandant vrij snel te overtuigen en die laat hen toe tot aspirant-lid van de gemotoriseerde afdeling van de SS. Bernhard en vrienden krijgen hun overjassen en uniformen uitgereikt en laten deze op maat maken door de allerbeste kleermakers van de stad. Bernhard heeft het gevoel dat hij bijna onaantastbaar is door het uniform, niemand valt hem lastig en hij maakt veel plezier.
Bernhard gelooft dat het aspirant-lidmaatschap hem helpt bij de voltooiing van zijn studie rechten aan de Universiteit van Berlijn. Ofschoon hij veel bijlessen nodig heeft, studeert hij uiteindelijk af in het voorjaar van 1935. Bernhard gaat daarna enthousiast aan de slag bij het Duitse chemieconcern IG Farben in Parijs.
Juliana
Bernhard leert prinses Juliana kennen, de verlegen dochter van Koningin Wilhelmina. Hij besluit amper een dag na hun officiële verloving zich af te melden als lid van de NSDAP:
‘Ich erkläre hiermit meinen Austritt aus der NSDAP und bevollmächtige Herrn Heinrich Langenheim Pg (Parteigenosse), sämtliche damit verbunden Formalitäten und Schwebende alte Angelegenheit für mich zu erledigen.’
Bron: Bundesarchiv, afschrift van de brief dateert van 9 september 1936
Het verloofde stelletje valt zonder meer in de smaak bij de NSB en krijgt zelfs bloemen aangeboden van de nazistische Bund Deutscher Mädel. Bernhard neemt ook felicitaties in ontvangst van zijn nazi-vrienden wanneer hij afscheid van hen komt nemen. Journalist Sefton Delmer ziet hoe de lachende nazi-vrienden zich vervolgens tegoed doen aan het bier in hun oude stamkroeg in Berlijn. Delmer doet al enige tijd als correspondent verslag van de roerige gebeurtenissen in Duitsland. Bernhard is van hem een goede kennis, maar is niet op de hoogte van diens activiteiten voor onder andere de Britse Geheime Dienst.
Brieven
16 november 1936, Bernhard brengt samen met de Nederlandse secretaris, een zekere Röell, een afscheidsbezoek aan Hitler. Het is onduidelijk waar het gesprek precies over ging, de kranten van die tijd vermelden dit niet. Hitler zei later wel over deze ontmoeting: ‘In Holland liggen de zaken Gode zij dank veel gemakkelijker, want in de Prins van Lippe-Biesterfeld hebben we een absolute imbeciel op de troon. Toen hij me voor zijn huwelijk een afscheidsbezoek kwam brengen, flikflooide hij als een gigolo. Een paar dagen later verklaarde hij in de Nederlandse kranten dat hij zich in zijn hart altijd Nederlander had gevoeld.’
Bernhard schrijft op 2 december 1936 een aanbevelingsbrief voor de gewelddadige werkloze ex-SS’er Wunderlich aan zijn neef Wilhelm von Oswald, die het tot secretaris geschopt heeft van niemand minder dan de Reichsführer der SS: Heinrich Himmler. Wunderlich wordt korte tijd later benoemd tot inspecteur van de Gestapo in München. De Prins is verder ook blijkbaar verheugd over de militaire en financiële steun van Hitler aan de Spaanse dictator Franco, want hij verschijnt doodleuk tijdens Oud en Nieuw op het Paleis Noordeinde in een Spaans fascisten uniform. Juliana en Aschwin zijn bij die feestelijke gelegenheid ook aanwezig.
Bernhard informeert in het nieuwe jaar weer Rijkskanselier Hitler. Bernhard schrijft namelijk zes dagen vóór zijn huwelijk een brief aan Hitler vanwege het ontbreken van nazi-vlaggen tijdens een vriendschappelijke voetbalwedstrijd in Den Haag. Hij ergert zich in de brief eveneens aan het feit dat hij in de Duitse nazi-pers wordt beschuldigd van ‘landverraad’. Gestapo-inspecteur Wunderlich komt tot slot nog speciaal op de receptie van het huwelijk van de prins en brengt de Hitler-groet. Wunderlich herinnert de prins aan zijn verleden, een inktzwart nazi-verleden.
Geraadpleegde bronnen:
Alden Hatch - ‘Prins Bernhard - Zijn plaats en functie in de moderne monarchie’ (1962)
Jan Kikkert ‘Bernhard - Een leven als een prins’ (2007)
Cees Fasseur ‘Juliana & Bernhard’ (2008)
Philip Dröge ‘Ondeugend Oranje’ (2007)
Ton Biesemaat ‘Bernhard Gate’ (2007)
Philip Dröge ‘Beroep: meesterspion’ (2002)
Katrin Himmler ‘De gebroeders Himmler’ (2007)
Dave Fitton’s documentaire ‘The Occult History of the Third Reich’ (1999)
Winkler Prins Encyclopedie
Ivor Matanle ‘History of World War II’ (1994)
Jeroen Akkermans ‘Bernhards brieven aan Hitler’, Trouw, 15 augustus 2005
Barrie Pitt en sir Basil Liddell Hart ‘Waffen-SS - De elite van het Duitse leger’, Belgische heruitgave van de reeks ‘Ballatine’s Illustrated History of World War II’, (1994).
Gerard Aalders en Coen Hilbrink ‘De affaire Sanders’ (1996)