Mishandeld en vernederd tijdens ontgroeningen
Door: Wouter Engler / Foto: Stop Hazing.org
De ontgroeningen zijn zo ontzettend agressief en gewelddadig dat niet meer gesproken kan worden van een onschuldige kennismakingstijd (KMT). Aspirant-leden worden mishandeld, uitgescholden en vernederd. Een overzicht van de excessen die zich voordeden bij ontgroeningen van studentenverenigingen in Nederland.
Voor de aanvang van elk studiejaar geven talloze jongeren, variërend in de leeftijd van 18 tot soms wel 26 jaar, zich op bij een vereniging van hun keuze en zijn dan in de meeste gevallen bereid om door het stof te gaan. Het is erg onwaarschijnlijk dat de aspirant-leden er bewust voor kiezen om door ouderejaars uitgescholden, vernederd en mishandeld te worden in een provisorisch ingericht strafkamp. Onlangs was het weer raak: een aspirant-lid liep ernstige brandwonden op tijdens de ontgroening van Albertus Magnus in Groningen.
Hoewel de recherche de zaak nog steeds in onderzoek heeft, gaan er steeds meer stemmen op om het ontgroenen maar helemaal te verbieden. Met name ouders zijn bezorgd of verontwaardigd zodra hun kinderen mentaal gebroken thuis komen na een ‘gezellige kennismakingstijd’. Het is al sinds de jaren zestig bekend dat er bepaald niet zachtzinnig omgesprongen wordt met aspirant-leden bij studentenverenigingen. David Rutgers van Rozenburg (20) kwam om het leven tijdens een ontgroening in de nacht van 10 april 1965.
‘Tres’ was een elitaire studentenclub, jaarlijks werden er drie aspirant-leden geselecteerd die een ontgroening moesten ondergaan. Aspirant-leden hadden het bijzonder zwaar: ze werden in een gierput gedouwd, vernederd, geslagen en er zouden ook peuken op hun armen zijn uitgedrukt. Van Rozenburg was astmatisch, maar de ouderejaars hielden daar absoluut geen rekening mee en daardoor stikte de jongeman in een ‘roetkap’. De daders zagen dit vreselijke ‘incident’ niet als hun verantwoordelijkheid en kwamen weg met een celstraf van een week.
Pfeiffer
Vindicat Atque Polit maakt het wel heel erg bont in september 1997: een ontgroener die zich uitgeeft voor ‘kampcommandant’ overrijdt eerst een volledig uitgeteld aspirant-lid met een bestelbusje en een week later overlijdt de Rotterdamse student Reinout Pfeiffer (18). Pfeiffer is naar verluidt door leden gedwongen om een liter jenever te drinken omdat hij anders geen recht zou hebben op een kamer in het huis van de studentenvereniging in Groningen. Pfeiffer is het tweede dodelijke slachtoffer dat valt te betreuren na een ontgroening.
Het bestuur van de Erasmus Universiteit krijgt op dat moment ook al geruchten te horen over de vergaande praktijken van het Rotterdamse Studenten Corps (RSC). Cabaretier Youp van ‘t Hek doet dan in september 2000 in een column in het NRC Handelsblad een boekje open over de ontgroening van zijn neef in het militaire trainingskamp ‘t Harde. De ontgroeners hebben op dit militaire trainingskamp de aspirant-leden uitgescholden, bedreigd en mishandeld met honkbalknuppels. Gevolg: de universiteit trekt voor een jaar de subsidie in van het RSC.
De Nieuwe Revu komt in 2000 ook met een opvallende primeur: Bor Beekman is namelijk undercover geweest bij een ontgroening van het Utrechts Studenten Corps (USC). Aspirant-leden zijn volgens de verslaggever onder andere uitgescholden, mishandeld en vernederd door de ontgroeningscommissie van het USC. Het Utrechtse Veritas haalt verder ook nog de krantenkoppen: een dronken ‘kampleider’ zou een sigaret uitgedrukt hebben op de arm van een aspirant-lid omdat die geen zin meer had om verder te gaan met de ontgroening.
Represailles
Geruchten over de ontgroeningen van de S.S.R.-R. doen al sinds de jaren tachtig en negentig de ronde in de Rotterdamse wijk Kralingen. Aspirant-leden zouden tijdens de ontgroening keurig in de houding moeten staan zodra de voorzitter langs rijdt in een glimmende en geblindeerde limousine en zo voor hem speciaal een zogeheten ‘erehaag’ vormen. Dirk-Jan Bierenbroodspot, die psychologie studeert, doorbreekt in 2002 het stilzwijgen en doet zijn opzienbarende verhaal over een dronken ontgroeningscommissie in het Algemeen Dagblad.
Toch is de psychologie-student niet de enige die dat jaar bijzonder openhartig is tegenover de pers, zo vertellen weer andere aspirant-leden over wat hen allemaal overkomen is tijdens de ontgroening of kennismakingstijd van de Utrechtse studentenvereniging Veritas. De aspirant-leden moeten onder andere de schoenen van ontgroeners schoonlikken en het zich laten welgevallen zodra er door dezelfde sadistische ontgroeners uitwerpselen in hun haren worden gesmeerd. Tevens zouden er ongeregeldheden zijn voorgevallen bij het Utrechtse Unitas.
De moeder van een aspirant-lid pikt het niet langer en stapt naar De Telegraaf. Ze vertelt aan een journalist van die krant dat jaarlijks honderden aspirant-leden de meest mensonterende praktijken moeten ondergaan tijdens ontgroeningen. Ze is uiteraard trots op haar zoon die uit eigen beweging gestopt is met de ontgroening, maar ook bezorgd over het feit dat de meeste aspirant-leden op dat moment weigeren naar buiten te treden met hun verhalen uit angst voor represailles van de ontgroeners. Ze benadrukt dat dit slechts ‘het topje is van de ijsberg’.
Undercover
Vindicat Atque Polit heeft blijkbaar niks geleerd van het verleden. Een aspirant-lid loopt namelijk flinke brandwonden op tijdens de ontgroening van 2005. Spelen met vuur wordt door de vereniging verboden, maar spelen met water kan natuurlijk net zo gevaarlijk zijn zo leert althans de kroegcommissie van studentenvereniging Albertus Magnus. Een lid (21) raakt anderhalve dag in coma nadat hij vele liters water heeft gedronken - een watervergiftiging. Het zou zeker niet het laatste incident zijn bij Albertus Magnus in Groningen.
Ik kom in 2005 ook in het nieuws met mijn geslaagde undercoveractie bij de S.S.R.-R. De vereniging, ondanks hetgeen wat sommige leden later weer beweerden, is absoluut niet blij met het feit dat de door hen zo gekoesterde ‘rituelen’ bekend zullen worden door een laatstejaars student journalistiek van Hogeschool Inholland. Voordat ik word afgezet bij het treinstation, moet een rood aangelopen lid zelfs tegengehouden worden omdat hij me de hersens in wil slaan: ‘Kut journalist! Laat me los! Hou me niet tegen! Ik sla hem op zijn bek!’
‘Je kunt ons vergelijken met trouwe supporters van voetbalclubs, we zullen de eer van de vereniging altijd en overal verdedigen’, zo had een vrouwelijk lid van de S.S.R.-R. me eerder toevertrouwd tijdens de Eurekaweek van 2005. Studentenverenigingen gaan inderdaad wel erg ver met het verdedigen van ‘hun eer’, zo neemt de S.S.R.-E. in 2006 op misdadige wijze wraak op leden van weer een andere vereniging in Eindhoven. De studenten worden ontvoerd, uitgescholden, kaalgeschoren en gekneveld achtergelaten nabij het auditorium op de campus.
Aanranding
S.S.R.-R. is absoluut niet blij met de negatieve publiciteit en het bestuur van het jaar daarop is van mening dat het hoog tijd is voor de noodzakelijke ‘damage-control’. Verslaggever Ron Meerhof van De Volkskrant mag daarom een kijkje nemen bij de ontgroening in de bossen van Tilburg en concludeert vervolgens gemakshalve: ‘Niet echt schokkend, in het licht van geruchtmakende incidenten door de eeuwen heen. Er is dit keer niemand dood gegaan, zelfs niet bijna. Slechts één persoon viel flauw en belandde even in het ziekenhuis.’
Het was bij de verslaggever blijkbaar niet opgekomen dat de verenigingleden zich niet nog een keer laten betrappen op onoorbare ontgroeningspraktijken. Het is voor leden van studentenverenigingen bovendien geoorloofd om tegenover buitenstaanders te liegen dat het gedrukt staat, zelfs wanneer er strafbare feiten zijn begaan. Een aanranding bij de Leidse vereniging Minerva wordt bijvoorbeeld door leden aanvankelijk verzwegen, zelfs als blijkt dat het slachtoffer ernstig is getraumatiseerd. Het slachtoffer doet er blijkbaar niet toe.
Minerva treedt in deze periode ook nauwelijks op tegen leden die de meest buitensporige mishandelingen op hun geweten hebben. De leden voelen zich verheven boven de wet en denken daarom overal mee weg te komen. Een vrouwelijk lid van de vereniging vertelt me later anoniem dat ze zich oprecht zorgen maakt en dat er nog meer zaken zijn voorgevallen. Ze vertelt onder andere over gefrustreerde ouderejaars die zich niet weten te gedragen en ook seks eisen van de vrouwelijke aspirant-leden tijdens de ontgroeningen.
Hoeren
‘Beestachtig’, dat is misschien wel enige woord dat van toepassing is op de ontgroening die de zoon van Karel Kuilman in 2007 ondergaat bij het Delftsch Studenten Corps (DSC). Hij wordt ‘uitgejouwd, toegeschreeuwd en naar beneden getrapt’ en moet vervolgens weer met andere ‘feuten’ urenlang zitten in het ijswater. De ‘feuten’ worden geslagen en vrouwelijke ‘feuten’ regelmatig uitgescholden voor ‘hoer’. Kuilman’s zoon wordt zo ontzettend ernstig vernederd en bedreigd dat hij uiteindelijk stopt met de ontgroening van DSC.
Jet Heerdink doet dan in 2008 ook haar beklag in een brief aan het NRC Handelsblad. Ze vindt het ongehoord dat haar dochter in een soort ’strafkamp’ vernederd en getreiterd is door ouderejaars van Sanctus Virgilius. Ze mocht al die dagen zich niet eens wassen, werd door de modder getrokken, uitgescholden en tot op het bot toe vernederd. Zelfs een gedetineerde krijgt nog een betere behandeling in de gemiddelde bajes, maar de voorzitter van deze zogenaamde ’studentengezelligheidsvereniging’ spreekt liever van een ‘onschuldig toneelstukje’.
De dochter van de boze brievenschrijfster was er gelukkig niet zo ernstig aan toe als het aspirant-lid (21) van Albertus Magnus. Bizar genoeg is de jongeman na het ongeluk nog strak 40 uur doorgegaan met de ontgroening. Pas daarna liet hij zich verplegen in het plaatselijke brandwondencentrum. De ouders van het gewonde aspirant-lid laten het er echter niet bij zitten en hebben aangifte van zware mishandeling gedaan bij de politie. In de hoop dat de daders er niet mee wegkomen.