Nederlandsche Cocaïne Fabriek

cfabriek2.jpg

Door: Wouter Engler

Conny Braam heeft voor haar nieuwe roman onderzoek gedaan naar de geschiedenis van de Nederlandsche Cocaïne Fabriek (NCF). Ze kwam er tijdens haar speurtocht in de archieven achter dat deze fabriek hofleverancier was van cocaïne aan soldaten in de Eerste Wereldoorlog.

‘Een weergaloze roman, gebaseerd op ware feiten’, zo typeert Nieuw Amsterdam Uitgevers deze nieuwe roman van de Nederlandse schrijfster Braam. Hoewel de roman inderdaad leest als een trein en daarmee op zich al moeite van het aanschaffen waard is, kunnen we er niet omheen dat de auteur toch vooral geprezen dient te worden voor haar geweldige onderzoek naar geschiedenis van de Nederlandsche Cocaïne Fabriek (NCF).

Het valt immers nauwelijks voor te stellen dat de laboratoria van de NCF ergens rond 1900 overuren draaiden aan de Schinkelkade in Amsterdam. De kwaliteit van het spul was volgens de schrijfster zelfs zo goed, dat bijna tien jaar na oprichting werd besloten een pand te betrekken aan de Weespertrekvaart voor het vergroten van de productiecapaciteit en uit te groeien tot hofleverancier van cocaïne aan soldaten in de Eerste Wereldoorlog.

Maar er kwam een eind aan al dat legale gesnuif na de invoering van de Opiumwet van oktober 1919. De NCF maakte vervolgens de omslag van de productie van coke naar onder meer morfine en later amfetamine (speed). Het staat weliswaar niet in deze roman beschreven, maar het is bekend dat we onder de gebruikers van speed in die tijd ook Adolf Hitler en Winston Churchill konden rekenen.

Churchill kreeg bijvoorbeeld op doktersrecept wat speed zodra hij weer een mooie speech moest afsteken, al noemde zijn arts het niet speed of amfetamine, maar ‘wonderpillen’. Hitler was er ook gek op en nam op een gegeven moment zoveel van het goedje dat hij er zelfs trillende handen van kreeg, zo menen sommige historici en kunnen we ook opmaken uit beelden die pas later van hem bekend zijn geworden bij het grote publiek.

Duitse soldaten zouden in bezettingstijd dit middel ook gekregen hebben van de NCF, dat volgens de schrijfster veel later een holding werd met als moedermaatschappij AKZO. Braam heeft met het reconstrueren van deze geschiedenis al sowieso een pluim verdiend. Het is namelijk nog steeds voor veel mensen vandaag de dag bijna niet te geloven dat in ons land het produceren van cocaïne ooit als een normale bedrijfstak werd gezien.

Conny Braam ‘De Handelsreiziger van de Nederlandsche Cocaïne Fabriek (2009), Nieuw Amsterdam Uitgevers

cfabriek5.jpg