OBR: Ik (Ali)
Door: Wouter Engler
De Oude Boeken Recensie (OBR) is ontstaan uit pure noodzaak, ons kikkerlandje ontleest immers in sneltreinvaart. Deze keer een recensie van het wereldberoemde verslag van Günter Wallraff: ‘Ik (Ali)’.
Ali is een Turkse gastarbeider in de jaren tachtig in Duitsland. Hij moet eentonig en goor werk doen voor een hongerloon en merkt dat er sprake is van onvoorstelbaar veel vreemdelingenhaat. In de kroeg krijgt hij niet eens een biertje na weer een dag hard werken, hij krijgt van de autochtone kroeggasten louter en alleen rotopmerkingen naar zijn hoofd geslingerd, zoals: ‘Zeg hé, wat krijgen we nou? Waar ben ik nou terechtgekomen. Ook hier word je niet met rust gelaten door die stinkende ezeldrijvers. Weet je niet waar je thuishoort?’
Ali probeert het vervolgens bij een bekende fastfoodketen en moet hamburgers bakken achter een vettige grillplaat. De manager, die lak heeft aan zo’n beetje alle veiligheidsvoorschriften, wil dat hij nog harder werkt, alles geeft en zeikt hem constant af. Zodra de kakkerlakken terechtkomen in de hamburgers, gaat de vreemdeling een aantal weken zwart aan het werk op een bouwplaats en moet in de helse hitte platen gasbeton naar boven brengen: ‘Wij zijn goedkoper dan de bouwkraan, die naar een andere bouwplaats wordt weggevoerd.’
Ali krijgt vervolgens via een koppelbaas werk in de hoogovens van August Thyssen. Maar daar krijgen de gastarbeiders geen mondkapjes en veiligheidshelmen, want die moeten ze zelf kopen. Ali koopt een helm omdat hij anders het risico loopt ontslagen te worden. De ploegbaas pakt de veiligheidshelm af en geeft die aan een racistische autochtoon, die later tegen hem zegt: ‘Kan ik ook niets aan doen. Ik doe precies wat me gezegd wordt. Ga je maar ergens anders beklagen. Bij mij ben je aan het verkeerde adres!’
Het werk is zwaar en de gastarbeiders worden als een stuk vuil behandeld en moeten soms dagen achter elkaar werken, zonder ook maar een oog dicht te doen. Iedereen die protesteert krijgt meteen ontslag: ‘Donder dan maar op. Dan hebben we jou hier niet meer nodig. Nooit meer.’ De rassenhaat is groot, de gastarbeiders zien teksten op de toiletten zoals: ‘Als een Turk een ezel in zijn reet neukt, is hij blij’ en ‘Turken eruit. Duitsland voor de Duitsers’ en ‘Dood aan de Turken!’ Na twee jaar dienst zijn de Turkse gastarbeiders op en voor het leven getekend.
Ali is echter geen echte gastarbeider en ook geen Turk, maar de Duitse undercoverjournalist Günter Wallraff: ‘Men moet zich verkleden om de maatschappij te ontmaskeren, men moet misleiden en zich vermommen om achter de waarheid te komen. Ik weet ook nu nog bij lange na niet hóé een buitenlander de dagelijkse vernederingen, vijandigheden en de haat verwerkt. Maar ik weet nu wel wat hij te verdragen heeft en hoe ver de verachting voor mensen in dit land kan gaan. Apartheid bestaat ook in ons midden, alle democratie ten spijt.’
Günter Wallraff ‘Ik (Ali)’ (1985), uitgegeven door Ambo
Foto’s van Wallraff vermomd als de Turkse gastarbeider ‘Ali’.
