Rotterdamse troubleshooter in hart en nieren
Door: Wouter Engler / Fotografie: Victor van Breukelen
Stadsmarinier Jur Verbeek (54) probeert al geruime tijd de veiligheid in bepaalde wijken van de maasstad te vergroten. Daarom een exclusief interview met een enthousiaste ‘troubleshooter in hart en nieren’ werkzaam in deelgemeente IJsselmonde.
De opening van het ‘Talenthouse’ is ook voor de stadsmarinier reden om ‘eventjes zijn gezicht te laten zien’. Hij oogt vrij ontspannen en vindt het een goede zaak dat er veel aandacht wordt geschonken aan de jongeren uit de wijk, door hen meer perspectief te geven op een vaste baan of opleiding. ‘Het is weer een stap in de goede richting om het criminaliteitscijfer laag te houden van de deelgemeente IJsselmonde.’, zegt Verbeek.
Enkele weken later tref ik de stadsmarinier weer, maar ditmaal op zijn kantoor op de tweede verdieping aan de Stadionweg, vlakbij voetbalstadion ‘De Kuip’. Hij herinnert zich de opening van Talenthouse nog heel goed. En benadrukt de noodzakelijkheid van het jongerenproject: ‘Je moet ze niet alleen opjagen, want anders is het foute boel. Als je zo’n jongen met een capuchon ziet weglopen, dan ben je hem namelijk écht kwijt…’
Verbeek kan het weten gezien zijn jarenlange ervaring als stadsmarinier én hoofdinspecteur van de politie. ‘Ik heb in totaal zo’n 28 jaar bij de politie gewerkt, begonnen begin jaren zeventig en deed mijn eerste ervaringen op als aspirant-agent in Numansdorp. En door een reorganisatie werd ik plotseling hoofdinspecteur van de politie in Schiedam. Daar heb ik met veel plezier gewerkt en werd geconfronteerd met de problematiek in Rotterdam.’
Wat die problematiek precies inhield, werd hem al vrij snel duidelijk gemaakt door toenmalig burgemeester Bram Peper (PvdA): ‘Ik moest begin jaren negentig naar het stadhuis komen en daar werd verteld over de sluiting van het beruchte Perron Nul. Vooral vanwege de overlast en ook het subjectieve onveiligheidsgevoel van de burgers in Rotterdam. Ik heb toen mijn eerste actie geleid van de ME. Tevens nachtopvang geregeld voor de junks van Perron Nul.’
‘Dit was als blazen in een asbak. We wilden het aanvankelijk beheersbaarder maken, maar het werd juist steeds groter en onbeheersbaarder. Nu gingen de junks enorm tekeer vlakbij de Paulus Kerk van dominee Hans Visser. Elke dag een gewelddadige steekpartij of beroving. Ik kan hier over meepraten, aangezien ik politiechef ben geweest ’s nachts. Echt onvoorstelbaar, het werd uiteindelijk ook een groot probleem voor de Rotterdamse wijk Spangen.’
Verdoold
Spangen was van oudsher een echte volkswijk, waar desondanks drugsdealers honderden panden hadden gehuurd van malafide huiseigenaren. Verbeek laat onder meer de naam vallen van de zeer omstreden vastgoedondernemer dr. Cees Engel, wiens naam ook prijkte op de ‘zwarte lijst’ van malafide huiseigenaren van 2004. Engel wist onlangs zijn panden te verkopen aan de gemeente voor een bedrag van meer dan 12 miljoen euro.
Verbeek gaat verder: ‘Maar we hadden dus toendertijd te maken met tweehonderd dealpanden die in een technisch zeer slechte staat verkeerden. Dus tweehonderd dealers en verslaafden en ook nog eens een keer de Keileweg. We hadden over de hele stad 350 drugsrunners die toen vanaf Hazeldonk de drugsverslaafden uit België en Frankrijk naar dit gebied loodsten. Ik was toen gedetacheerd vanuit de politie bij de deelgemeente Delfshaven.’
Verbeek had weliswaar het nodige meegemaakt bij de politie, maar stond werkelijk versteld van de acties van Annie Verdoold. ‘Ik zag tweehonderd mensen uit de Rotterdamse volkswijk Spangen, die dus voor het viaduct bij de ‘Van Nelle’ fabriek drugstoeristen probeerden tegen te houden. Ze trokken de kentekenplaten van hun auto’s en de drugstoeristen werden vervolgens gepleurd in de Schie. Dat gebeurde dus gewoon.’
Niet iedereen was gecharmeerd van dit volksgericht, aangezien de toenmalige burgemeester van de havenstad graag wilde dat de acties stopten. Verdoold werd gezien als de coördinatrice van de acties en werd hierop aangesproken. Verbeek: ‘Ik zei: Annie, hier moet je per direct mee op houden. Straks gaat zo’n dealer of junk of runner schieten en dan vallen er doden en daar is niemand mee geholpen. Annie zei: Nou, gaan we doen.’
Verbeek’s vermoeden bleek achteraf gezien gerechtvaardigd, want na dit gesprek werd een actievoerder door een agressieve drugsrunner geslagen met een brandblusser. Verbeek: ‘Ja, en toen stond Spangen natuurlijk echt in de fik. Niet te geloven, mensen stonden te huilen en zeiden: Het zal toch niet zo zijn. De kranten stonden er bol van.’ Het incident betekende onder meer het begin van de zogeheten Aleida-aanpak voor drugsrunners in Rotterdam.
Verbeek legt uit waarom er voor deze naam werd gekozen indertijd: ‘Aleida van Spangen, zo heette een jonkvrouw uit de historie. We kozen dus de naam Aleida omdat de drugsrunnersproblematiek speelde in Spangen. Deze aanpak bleek succesvol. We hadden een team samengesteld van twintig politie-agenten die in samenwerking met de belastingdienst en sociale dienst de drugsrunners aanpakten op de lijn Hazeldonk-Rotterdam.’
Opstelten
Verbeek herinnert zich nog goed zijn eerste ervaringen met burgemeester Ivo Opstelten (VVD). ‘Hij gaat binnenkort weg, maar ik weet nog goed dat we samen rondgereden hebben op woensdagavond door de maasstad. We hadden natuurlijk verslaafden en prostituees, heel anders dan hij gewend was in Utrecht. Hij kon maar moeilijk wennen aan het idee van omgebouwde mannelijke prostituees, want daar was hij niet zo mee bekend.’
‘Opstelten is de beste burgemeester die we hier ooit gehad hebben. Hij is de motor achter het succes van vandaag de dag, hoor. Ik werkte op een gegeven moment bij de projectgroep Veilig. Gideon’s bende van zo’n acht mensen. En ik had drugs, jeugd en vuurwapens…dat soort gedoe. Dus we moesten allemaal nieuwe dingen bedenken. En onze bevindingen vervolgens uitleggen aan burgemeester Opstelten.’
‘Prachtig al die projecten, maar waar komt dat nu allemaal samen?’, zou de burgervader toen gezegd hebben volgens Verbeek. ‘Want wat hij zag dat onze stad bezig was met honderden projecten, maar daar zat geen verbintenis tussen. Opstelten heeft onder meer naar aanleiding hiervan het vijfjarige actieplan opgesteld. Nog voor de opkomst van wijlen Pim Fortuyn. En daar is onder andere het fenomeen van de stadsmarinier uit gegroeid.’
‘Grenzen stellen, maar wel perspectieven bieden. Daarom vind ik dat Talenthouse ook zo’n goed project voor de jeugd. Hard aanpakken okay, maar ook tegelijkertijd kansen bieden. Zo hebben we dus de spiraal doorbroken.’ Het betekende volgens de stadsmarinier, die zichzelf graag typeert als een ‘troubleshooter in hart en nieren’, een veel hardere aanpak van geweld op straat. ‘Opstelten kan je zien als iemand die de gewenste repressieve lijn heeft ingezet.’
‘Laat er geen onduidelijkheid over bestaan: de mensen van deze stad waren het meer dan zat. En ze hadden ook echt gelijk, want de problemen waren echt megagroot. Organisaties moesten echter wel goed overleg hun steentje bijdragen vond Opstelten. Want hij kon het natuurlijk niet alleen met de inzet van de politie. De interventie-teams zijn daar een uitstekend voorbeeld van en kunnen problemen meteen in de kiem smoren.’
‘Antilliaanse tienermoeders weten bijvoorbeeld niet hoe ze formulieren moeten invullen en krijgen daarbij hulp van deze zogeheten interventie-teams. Kleine groepen roepen dan meteen dat dit niet mag vanwege de privacy, maar dat is natuurlijk gelul. Ze moeten bovendien zich aan allerlei strenge protocollen houden. Ze mogen niet ongevraagd binnen treden en moeten bezoeken altijd aankondigen. Want dieper in het gezin dan dit, kan je gewoon niet gaan.’
