Spanning in Mississippi
Nieuwe fase in strijd tegen de rassenscheiding. Het vraagstuk van gelijke rechten voor de negers in het zuiden van de Verenigde Staten is opnieuw in het brandpunt van de belangstelling komen te staan door gebeurtenissen rond de toelating van de negerstudent James Meredith tot de Universiteit van Mississippi in Oxford.
Na twee weken onder orders van gouverneur Ross Barnett geweigerd te hebben de 29 jaar oude oorlogsveteraan in te schrijven, hoewel hiertoe een bevel van een federaal hof was verstrekt, werd de universiteit op 1 oktober door de federale regering gedwongen hem toe te laten. Er ontstonden hevige relletjes, die door 14.000 man federale troepen werden onderdrukt.
Gouverneur versus federaal hof
Nadat gouverneur Barnett op 20 september geweigerd had aan een bevel van een federaal hof te voldoen, Meredith toe te laten, werd dit bevel op verzoek van het ministerie van justitie op 25 september door een federaal hof van beroep nog eens in krachtiger termen herhaald. Diezelfde dag echter versperde de gouverneur persoonlijk Meredith de toegang, toen deze in gezelschap van enige federale agenten trachtte de universiteit te betreden. De gouverneur beriep zich op de soevereiniteit van de staat Mississippi, die hem het rechts zou geven bepaalde bevelen van federale autoriteiten te negeren.
Op 26 en 27 september mislukten opnieuw pogingen, die Meredith in gezelschap van federale agenten aanwendde om te worden ingeschreven. Zij werden door staatspolitie tegengehouden. Op 28 september verklaarde het federale hof van beroep in New Orleans, dat gouverneur Barnett zich ongehoorzaam had getoond aan de orders van het hof. Hij kreeg tot 2 oktober de tijd om aan de bevelen van het hof te voldoen. Toen de gouverneur alsnog weinig aanstalten maakte zijn houding te wijzigen, ging de federale regering tot daden over.
Ingrijpen Kennedy
President Kennedy verklaarde op 30 september in een rede voor radio en televisie, dat hij alles zou doen, om de bevelen van de federale gerechtshoven uit te voeren. Hij zou daartoe, zo nodig, alle burgerlijke en militaire middelen aanwenden. Hij deed een beroep op de studenten van de universiteit van Mississippi de wetten te gehoorzamen, ook als zij het er niet mee eens waren.
Inmiddels waren de 11.500 man van de nationale garde van Mississippi in federale dienst opgeroepen en op 30 september arriveerden de eerste 400 man federale troepen in volledige gevechtsuitrusting in Oxford. Terwijl Kennedy zijn rede hield, ontstonden rond de universiteit ongeregeldheden. Ongeveer 2.500 studenten wierpen stenen, brandende sigaretten en flessen naar de federale troepen. Er vielen ook enkele schoten, waarbij de Franse verslaggever Paul Guihard en een inwoner van Oxford dodelijk getroffen werden. Bijna 100 mensen, waaronder ex-generaal Walker, werden gearresteerd.
Meredith ingeschreven
Nadat meer dan 3.000 man federale troepen de orde hadden hersteld, werd Meredith op 1 oktober ingeschreven als student aan de universiteit Mississippi. Gouverneur Barnett richtte zich in een radio-en televisietoespraak tot de bevolking van Mississippi en verzocht haar zich kalm te houden en weg te blijven van het terrein van de universiteit. Hij keerde zich tegen verder gebruik van geweld en zei dat orde en rust gehandhaafd moesten worden. Blijkens een mededeling van het ministerie van justitie, had hij president Kennedy telefonisch beloofd van verder verzet te zullen afzien. Eerder had Barnett verklaard liever de gevangenis in te gaan dan Meredith tot de universiteit toe te laten. Hij had daarmee de autoriteiten doen vrezen, dat zij hem tot martelaar zouden moeten maken.
Gouverneur Barnett gaf op 1 oktober de federale troepen de schuld van de ongeregeldheden, daar zij gefaald hadden de orde te handhaven. Een groep vooraanstaande hoogleraren van de universiteit legde echter een verklaring af waarin zij deze beschuldiging ‘unfair’ noemden. De gouverneur verklaarde in een toespraak onder meer, dat Meredith ‘moreel en mentaal ongeschikt’ was om de universiteit te bezoeken. Hij vroeg de inwoners van Mississippi zich bij hem aan te sluiten in de overtuiging, dat ‘wij tenslotte de overwinning zullen behalen’.
Hoewel hij geen contact met zijn medestudenten had en door enkelen van hen werd uitgescholden, heeft Meredith onder bescherming van enkele federale politie-agenten de colleges kunnen volgen. Hij verklaarde tegenover verslaggevers vast van plan te zijn op de universiteit te blijven. Hij achtte dit nog meer in het belang van de VS dan van hemzelf en hij hoopte dat de toestand spoedig weer normaal zou worden.
Toonaangevende commentatoren hadden grote waardering voor het ingrijpen van president Kennedy. James Reston (New York Times 3-10) legde er de nadruk op dat deze eerst herhaaldelijk geprobeerd had de gouverneur door overreding goedschiks tot toegeven te brengen. Toen dit niet gelukte dreigde hij eerst met het onder federaal bevel stellen van de nationale garde en pas toen dit ook geen resultaten had, zond hij troepen naar Mississippi. Reston achtte dit een betere tactiek dan die van president Eisenhower in Little Rock, die eerst heel weinig deed en toen plotseling de troepen stuurde (zie 1957 - pag. 13712).
Ook Walter Lipmann (NY Herald Tribune 27-9) vergeleek de situatie met Little Rock, maar hij wees erop, dat de kwestie thans veel ernstiger was, daar nu toelating tot een universiteit in het geding was, terwijl het toen om een middelbare school ging. Juist de opleiding van toekomstige negerleiders, zoals Meredith, mocht onder geen beding in gevaar worden gebracht, aangezien zij uiteindelijk zullen moeten bijdragen aan de oplossing van het rassenvraagstuk.
Mississippi, de meest ‘zuidelijke’ staat van de VS, behoorde met Alabama en Zuid-Carolina tot de straten, waar het onderwijs op elk niveau nog volledig gesegregeerd was. Men verwacht, dat de onderwerping van Mississippi aan het federale gezag op dit punt het begin van het einde is van de pogingen van het Zuiden om segregatie te redden.
De rechten der negers
Sinds ons laatste overzicht van de situatie ter attentie van gelijke rechten voor negers en blanken in de VS (pag. 15591-’60) is er opnieuw een aanzienlijke verbetering ingetreden, hetgeen geïllustreerd wordt de gebeurtenissen in Mississippi zelf. In 1960 was er zelfs nog geen begin gemaakt met integratie in deze staat. De heftige reactie van de gouverneur en de blanke bevolking van Mississippi op de aanvraag van Meredith staat ongetwijfeld in verband met het feit, dat zij zich door de negers bedreigd voelen, daar Mississippi het hoogste percentage negers heeft van alle staten der VS (45%). Anthony Lewis die in de New York Times (1-10) een overzicht geeft van de vorderingen van de integratie, wijst er echter op, dat in andere zuidelijke staten meer gematigde elementen de boventoon zijn gaan voeren. Zo gelooft hij, dat de verkiezing van de gematigde politicus Carl E. Sanders tot gouverneur van Georgia dit jaar onder meer te danken is aan het toenemende aantal negers dat aan de verkiezingen in deze staat kan deelnemen. Hij ontkent echter niet, dat in vele achterlijke kiesdistricten in Mississippi, Alabama, Louisiana en Georgia nog weinig of geen negers kunnen stemmen.
Van de 2.265 onderwijsdistricten in het Zuiden hebben slechts 256 een begin gemaakt met integratie en in totaal gaan er van de 2,8 miljoen negerkinderen in het Zuiden minder dan 10.000 naar scholen waar ook blanke kinderen zijn. Lewis wijst erop dat het inkomen van de negers in de laatste 20 jaar 6 maal zo groot is geworden, tegen dat van de blanken slechts 4 maal. Tussen 1959 en 1960 is het gemiddelde inkomen van de negers met 13%, dat van de blanken slechts met 3% toegenomen. Toch verdient een negergezin nog altijd gemiddeld maar $3.058,- per jaar, terwijl het gemiddelde inkomen van de blanken per gezin $5.424,- bedraagt. Van de negers is 8,7 % werkloos, van de blanken slechts 4,7 %.
Terwijl men bij de woningvoorziening nog sterke discriminatie aantreft, is deze in het openbare vervoer vrijwel geheel verdwenen. De Commissie voor de Handel tussen de Staten (ICC) heeft elke discriminatie in treinen, bussen en op stations verboden, en ook alle belangrijke vliegvelden, behalve New Orleans en Shreveport in Louisiana, hebben geen discriminatie meer. Door de zogenaamde ‘sit-in’ demonstraties (zie pag. 15591-’60) is in de grote steden de discriminatie in de meeste eetgelegenheden verdwenen. Op het platteland blijft de situatie veelal nog bij het oude.
Het Congres heeft de laatste 2 jaar niets gedaan om de situatie te verbeteren, behalve het goedkeuren van een amendement op de grondwet dat de verkiezingsbelasting verbiedt (zie pag. 555). De veranderingen zullen vooral moeten komen onder druk van de federale regering, die zich gemakkelijkers en met meer kans op succes tot de gerechtshoven kan wenden dan de individuele neger tegen wie discriminatie wordt toegepast.
Ex-generaal Edwin A. Walker wordt door agenten van de federale troepen weggeleid. Hij wordt ervan beschuldigd de studenten in Oxford aangezet te hebben tot verzet tegen de toelating van de negerstudent James Meredith. De gewelddadigheden schijnen hem uit de hand te zijn gelopen. Walker was in 1957 bevelhebber van de troepen die door president Eisenhouwer naar Little Rock werden gezonden, om daar de orde te herstellen. Later verklaarde hij, destijds aan ‘de verkeerde kant’ te hebben gestaan. Hij heeft zich bekendheid verworven als een der leiders van de ultra-rechtse John Birch Society. Deze organisatie heeft tot doel met alle mogelijke middelen het communisme te bestrijden. Zij heeft verscheidene vooraanstaande politieke figuren in de VS, zoals mevr. Roosevelt, president Eisenhower en Earl Warren, de voorzitter van het Opperste Gerechtshof, van pro-communistische sentimenten beticht.
Generaal Walker werd in 1961 van zijn commando in Duitsland ontheven, omdat hij buiten weten van zijn superieuren zijn troepen had blootgesteld aan politieke indoctrinatie (pag.715/1-’61). Begin 1962 werd hij bij die voorverkiezingen voor een kandidatuur van de Democratische Partij voor gouverneur van Texas verslagen.
Gepubliceerd in 1962.