Terugblik: De stille mars voor Pim
Door: Wouter Engler / Foto: Screenshot NRCV’s Heilig Vuur
Nadat Fortuyn op het Hilversumse Mediapark was doodgeschoten, werd er in Rotterdam een stille mars voor hem georganiseerd. Ik liep op die dag mee, net zoals vele anderen. Een terugblik op de mars ter nagedachtenis van Pim.
Het is dinsdagavond 7 mei 2002 en op de Coolsingel hebben veel Fortuyn-aanhangers zich verzameld. Ronald Sörensen van Leefbaar Rotterdam is er ook en roept iedereen op tot verdraagzaamheid. Sörensen zegt nog wel meer, ook mooie dingen, maar het dringt even niet meer tot me door. Dit is zo onwerkelijk. Ik kan maar moeilijk accepteren dat hij er niet meer is. De man die politiek weer leuk en spannend maakte, die humor had en nog zoveel meer. Naast me staat ook een bejaarde, ze huilt. Ik ken haar niet, maar zo voel ik me op dit moment dus ook.
Respect
Plotseling komt de menigte in beweging, de stille mars begint. Veel politici zijn aanwezig, zelfs van linkse partijen, ze zijn het er allemaal over eens dat dit nooit had mogen gebeuren. Ik hoorde iemand die zei dat hij ‘het goed’ vond dat hij dood was. In dit soort tijden zijn er blijkbaar altijd mensen die zulke geschifte dingen willen roepen. Maar die man is hier gelukkig niet. Hier tonen we namelijk respect.
Moordenaars
Maar eenmaal terug op de Coolsingel, wordt de sfeer steeds vijandiger. Een groep Fortuyn-aanhangers begint leuzen te scanderen. Burgemeester Ivo Opstelten en Ronald Sörensen van Leefbaar proberen hen tot bedaren te brengen, maar het sorteert geen enkel effect. Deze Fortuyn-aanhangers zijn woest en zoeken een zondebok. Op een gegeven moment wijzen ze naar het Rotterdamse stadhuis en roepen: ‘Moordenaars! Moordenaars! Moordenaars!’
Hypotheek
Het wordt donkerder en er worden kaarsjes neergezet bij foto’s van Fortuyn. Een jongen zwaait met een rode vlag en schreeuwt ‘Ja! Lang leve de revolutie! Lang leve de Fortuynistische revolutie!’ Een man, die zit op de trappen van het Rotterdamse stadhuis, trekt de aandacht. Hij heeft het niet over de moord op Fortuyn, maar over iets anders. ‘Hoe moet ik nou mijn hypotheek betalen? Die klote zakkenvullers kunnen alsmaar hun gang gaan en wij moeten het gelach betalen! Het zijn moordenaars! Moordenaars! Vuile kankerlijers! Fucking moordenaars!’ Zijn dochter voelt zich er niet prettig bij en probeert hem te troosten. Maar het blijkt tevergeefse moeite, hij raast maar door. ‘Pap, hou hier mee op. Pap? Ik word bang van je,’ zegt ze. Dan gaat hij zitten en zegt: ‘Hoe moet ik nu verder? Alles is kapot. Vuile kankerlijers.’