Van Dongen: ‘Winkelcentrum aanwinst voor Overschie’

vandongen.JPG

Door: Wouter Engler

De komst van winkelcentrum de ‘Hoge Schie’ is volgens sommigen reden geweest tot de nodige ergernis. Portefeuillehouder Dick van Dongen (PvdA) van Ruimtelijke Ordening en Volkshuisvesting is het daar hardgrondig mee oneens: ‘Ja, ik ben al die vooroordelen spuugzat!’

Van Dongen’s kantoor kijkt uit op het winkelcentrum in aanbouw. Trots kijkt hij naar de werklui die met zware ijzeren balken in de weer zijn: ‘Kijk, voormalig portefeuillehoudster Henny Sutterland (VVD) heeft geprobeerd om de bouw hiervan tegen te houden, maar liet haar eigen persoonlijke belang prevaleren. Ik vind dat zeker geen goede zaak, zoals u weet. Ze heeft dus gelijk als ze me als haar grootste vijand ziet, want dat ben ik natuurlijk ook.’

Hij draait zich om, gaat zitten op zijn stoel en vertelt verder: ‘Sutterland wil geen winkelcentrum voor haar deur, maar vergeet ondertussen dat er nog zoiets bestaat als het algemeen belang.  Ik heb wel genoeg mensen in de deelgemeente, maar ze kopen het niet hier. En dat noemen wij het kooplek. Dat lek dicht ik dus met een goed aanbod van dagelijkse benodigdheden. En dat gaan we dus doen met een supermarkt-formule in de Hoge Schie.’

‘Sutterland was overigens niet de enige die heel erg moeilijk deed, want ook de toenmalige ondernemers lid van de winkeliersvereniging waren zeer beducht voor de nieuwe ontwikkeling ten aanzien van hun eigen omzet. Ze dachten schijnbaar dat het juist ten koste van hun eigen omzet zou gaan. En hadden dus toen nog niet scherp dat zoiets belangrijks als de dagelijkse boodschappen, maar dan in de volle breedte, juist de koper vasthouden.’

Van Dongen neemt een slok van zijn koffie en gaat verder: ‘Heel veel specialistische winkels zijn nu verdwenen. Die hebben altijd een groter publiek nodig om te kunnen draaien dan de gewone dagwinkels en als de dagboodschappen al niet meer hier worden gehaald, lijden zulke winkels daaronder. Zo werkt het nu eenmaal. Dus we hebben een heel groot assortiment aan sportartikelen, schoenen, lingerie, juwelier, allemaal zien verdwijnen.’

Van Dongen begrijpt echter ‘niets van alle commotie’ die de komst van het winkelcentrum teweeg heeft gebracht. ‘Ze noemden me arrogant, kreeg een berg vuil over me heen waar je totaal niet goed van werd. Ja, ik ben al die vooroordelen spuugzat! En daar ga ik natuurlijk niet meer over zeuren, want is allemaal verleden tijd. Wij proberen al een tijdje vooruit te kijken en nu alvast dingen in beweging te zetten. We zijn dus met iets heel moois bezig.’

‘Ik kan je garanderen dat de mensen hier straks heenkomen, om zich heenkijken en verbijsterd zullen zijn over het aantal kansen. Mega-veel-kansen! De kunst is dan om de juiste ondernemers te selecteren, maar vooral kijkt wat die straks gaan toevoegen aan de winkels die we al hebben. We willen verder de concurrentie aangaan met andere deelgemeenten, die zich nu ook niet onbetuigd laten met allerlei evenementen. The sky is the limit in Overschie.’

vandongen_1.JPG