Categorie archief: Nieuws

Deze website verkoopt alleen producten die eeuwig goed blijven

Iedere dag zien wij als technologiewebsite mensen voorbij komen die gefrustreerd zijn over producten die de tand des tijds gewoon niet kunnen weerstaan, en die dus kapot gaan en moeten worden gerepareerd of vervangen voordat hun verwachte levensduur is gepasseerd. Sommige producten worden zelfs ontworpen om het na een bepaalde tijd te begeven, zodat klanten vast komen te zitten in een herhaaldelijke aankoopcyclus.

Diezelfde frustratie heeft een Britse vrouw er toe geleid om hier iets aan te doen. Tara Button heeft Buy Me Once opgericht als een soort protest tegen geplande slijtage. De website biedt alleen producten die stevig genoeg zijn om te blijven werken, en die dan ook voorzien zijn van levenslange garantie.

De website heeft begrijpelijk genoeg geen enorm aanbod, maar je kunt behoorlijk wat speelgoed, kleding, keukenmaterieel, meubilair, schoonheidsproducten, en meer vinden. Je kunt zelfs sokken krijgen met een levenslange garantie.

Buy Me Once verstuurt momenteel alleen producten in de VS en VK, maar het verkoopt de producten niet zelf. In plaats daarvan heeft ieder product een koopknop die verwijst naar verschillende online winkels, waar je de producten in kwestie kunt kopen.

Er zijn wat onbekende merken te vinden op de site, maar je kunt ook producten krijgen van bijvoorbeeld Craftsman, Le Creuset, Patagonia, en Timberland. En gezien de focus van de site op kwaliteitsgoederen en duurzame aankopen is het waarschijnlijk ook veilig om de onbekende merken uit te proberen.

Kan 2016 het jaar van het draadloos opladen worden?

In 2014 verscheen Elon Musk op Colbert Report om zijn visie te bespreken over Tesla, het bedrijf van de elektrische voertuigen en stroomopslag. Aan het eind van het interview, toen hem werd gevraagd wat hij wilde zien in de toekomt, hoopte Colbert simpelweg “dat er geen kabels zouden zijn,” en dat hij gewoon zijn huis in kon lopen waarna “de dingen zouden opladen.”

Dit commentaar bracht het studiopubliek aan het lachen, maar er was helemaal niet zoveel grappigs aan. Misschien klonk het idee onwaarschijnlijk in het midden van 2014, maar tijdens CES 2016 kon je een eerste versie van de visie van Mr. Colbert aanschouwen.

Draadloos opladen begint langzaam maar zeker op te komen als de nieuwe ‘wow’-technologie – een idee dat misschien nog een paar jaar nodig heeft om op gang te komen, maar dat onze hele relatie met technologie zeker weten zal veranderen.

Hoe? Denk er maar eens over na: Kabels en draden zijn zo standaard geworden dat we hebben geleerd om ze te verbergen en eigenlijk te negeren. Ze vormen het kloppend hard van al onze technologische ecosystemen, maar we steken ze achter banken en tussen de lambrisering, draaien ze om elkaar en knopen ze samen. Er is een hele submarkt toegewijd aan kabelmanagement.

Maar genoeg is genoeg. We hebben chauffeurloze voertuigen en smart homes, die allebei druk op weg zijn om gemeengoed te worden. Kunnen we kabels en draden in de tussentijd ook overbodig maken?

Laten we even kijken naar een paar organisaties die bezig zijn om draadloos laden even simpel en universeel te maken als WiFi. Je zult een hoop overeenkomsten tussen ze zien – en zelfs enige overlapping – maar welk product ook uiteindelijk wint, het lijkt erop dat dit het einde wordt voor de kabel.

 

Energous WattUp

Energous is een startup uit Silicon Valley, gespecialiseerd in draadloos laden. De WattUp-zender van het bedrijf kan ieder apparaat met een accu, dat minder dan 10 watt gebruikt, op afstand opladen. Hoe klein het ook is, het vereist de installatie van een speciale ontvanger in het apparaat dat je wilt opladen – wat op zijn zachtst gezegd onhandig is.

Het bedrijf kondigde tijdens CES 2016 aan dat het overeenkomsten heeft getekend met twee IoT- en wearable-fabrikanten van “topniveau” die dit mogelijk gaan maken. Welk bedrijf precies werd niet bekend gemaakt, maar het is veilig om te stellen dat Samsung, Sony, Intel, HP, Apple, of Dell betrokken zal blijken.

 

WiTricity

WiTricity hanteert een iets andere aanpak bij het draadloos opladen van apparaten. Het bedrijf, dat begon als een project van MIT, maakt apparaten die magnetische resonantietechnologie gebruiken om draadloos energie te transporteren. Terwijl veel draadloze laders moeite hebben om steen, baksteen of metaal te doordringen, weet de technologie van WiTricity overal energie door te sturen – en kan het zelfs veilig door je hoofd heen verzenden.

Volgens het bedrijf kan de technologie sneller laden dan inductieve laders – op het moment de standaard onder draadloze laders, voor apparaten als de Apple Watch, LG Nexus 5, en Samsung Galaxy S.

 

Ossia Cota

Ossia produceert een draadloos energiesysteem genaamd Cota, dat ieder geschikt apparaat binnen een radius van 10 meter kan opladen. Het gebruikt een enorm netwerk van piepkleine antennes, die energiesignalen ontvangen en verzenden, en het plant routes rondom obstakels die het signaal kunnen blokkeren.

Net zoals de Energous WattUp vereist de Cota een geïntegreerde ontvanger in het product, dus we zullen moeten wachten tot bedrijven zoals Samsung en Apple mee doen voordat Stephen Colbert zijn Cota kan gebruiken om de deur door te lopen en zijn telefoon draadloos op te laden. Desalniettemin is deze soort technologie de heilige graal van de industrie – het vermogen om je apparaat op te laden terwijl het op tafel ligt of in je broekzak zit.

 

Wat nu?

Deze technologieën wijzen naar de toekomst van de dromen van Mr. Colbert. Maar er zijn duidelijk nog een paar grote obstakels in de weg. Ondanks de indrukwekkende selectie draadloze laders, die te zien waren tijdens CES van dit jaar, houden de meeste fabrikanten het tot dusver op inductieve laadtechnologie, waarmee energie alleen over erg korte afstanden kan worden verstuurd (een beetje zoals NFC). Dit wordt gebruikt om elektrische tandenborstels, scheerapparaten, en andere kleine elektronica op te laden.

Er zijn twee standaarden op basis van inductie – Qi en AirFuel – en beide kunnen ze allerlei draadloze apparaten opladen, zoals bijvoorbeeld een draadloze monitor die Dell toonde tijdens CES. Het probleem is dat ze beide strijden om dé standaard te worden. (Tijdens CES hadden de twee technologieën hun kramen direct naast elkaar.)

Nog een probleem is het feit dat inductie niet heel ver komt bij het realiseren van de droom van Colbert. Waarom zou je genoegen nemen met een standaard waarmee je slechts op een paar centimeter afstand kunt laden, terwijl er een chip bestaat waarmee je automatisch op 10 meter afstand draadloos opladen kunt realiseren?

Het draadloze elektronicagebied bevindt zich op dezelfde plek waar mobiele betaling en slimme huistechnologie waren in 2013 – wachtend op fabrikanten die een enkel protocol of systeem van een derde partij accepteren om de hele categorie aan te sturen. Deze technologie vereist een consistente standaard voor de hele industrie – iets waar de consumentenindustrie niet bepaald goed in is. En dat is het probleem: de markt heeft een winnaar nodig die naar voren stapt om ons te verlossen van al deze kabels.

Natuurlijk zal het nog wel even duren voordat we een compleet draadloze toekomst kunnen ervaren – zelfs als de industrie een toekomstpad heeft gekozen en we allemaal beginnen te genieten van onze draadloos ladende laptops, telefoons, tablets en camera’s.

De volgende stap is om een soort WiFi voor laadsystemen te accepteren – net zoals Ossia, WiTricity, en WattUp najagen – een systeem waarmee we apparaten kunnen opladen terwijl ze in je broekzak zitten. En zelfs dan moeten we nog omgaan met de talloze kabels en connectoren die lopen van onze lampen, apparaten, computers, servers, beamers en entertainmentsystemen. Het compleet vervangen van kabels is, helaas, waarschijnlijk een uitdaging voor een ander tijdperk.

Robots op de banenmarkt: Miljoenen banen op de tocht

Tijdens de Industriële Revolutie verzette een groep textielwerkers en wevers zich onder de naam ‘Luddieten‘ tegen de machines die hun werk overnamen. De 19e-eeuwse verzettelingen sloegen de kousmachines, automatische weeframen en spinnewielen kapot die in hun werkplaatsen en fabrieken werden geplaatst.

Laatst werd de hoofdeconoom van de Bank of England, Andy Haldane, gevraagd of de Luddieten het niet bij het rechte eind hadden – gezien de huidige golf van automatisering. Zijn reactie suggereerde dat het risico dat menselijke banen leiden in de laatste paar eeuwen juist erger is geworden.

“Technologie lijkt te zorgen voor snellere, bredere, en diepere uithollingen dan in het verleden,” zei Haldane. “Waarom? Omdat 20e-eeuwse machines niet alleen de handmatige menselijke taken hebben vervangen, maar ook de cognitieve. De hoeveelheid menselijke vaardigheden die kan worden overgenomen door machines, voor minder geld, is toegenomen.”

In een gesprek met de Engelse vakbondfederatie, de TUC, liet Haldane de resultaten zien van een studie van de Bank, waaruit bleek dat een groot aantal banen in het Verenigd Koninkrijk kan komen te vervallen door automatisering. Het onderzoek verdeelde de Engelse banen in drie categorieën, afhankelijk van het risico op overname door machines. Vervolgens zijn die risico’s vermenigvuldigd met het aantal werknemers in iedere categorie, met een uiteindelijk getal van 15 miljoen banen als resultaat.

Moeten we dus de hamers oppakken en de zelfscanners van de Jumbo te lijf gaan?

Wees creatief (en leer programmeren)

Voor iedereen die werk hoopt te vinden in Europa na de recessie kan de arbeidsmarkt behoorlijk hopeloos lijken. Hierdoor, en vanwege de toenemende studiekosten,  wordt jonge mensen vaak verteld dat het veiliger is om creatieve onderwerpen links te laten liggen en te kiezen voor een veilige kantoorbaan. Iets als accounting.

Volgens de studie van de Bank of England lopen die banen juist het grootste risico om in de komende jaren volledig te verdwijnen, naarmate robots de rol van veel kantoormedewerkers overnemen.

Bovenop het onderzoek is een recent rapport uitgekomen dat beweert dat 47% van de banen in Amerika momenteel het risico loopt om door machines te worden overgenomen. De BBC heeft ook een angstaanjagende lijst vrijgegeven, gebaseerd op een studie van onderzoekers aan de universiteiten van Oxfor en Deloitte, waaruit blijkt dat 35% van de huidige Engelse banen risico lopen om gecomputeriseerd te worden in de komende 20 jaar. Het grootste gevaar? Dat vind je onder kantoorbanen zoals administratie, legale secretaris, en financiële accountmanager.

Getallen die laatst zijn vrijgegeven door de arbeidssite Indeed geven aan dat jonge mensen massaal verkeerd worden ingelicht over hun toekomstige carieres als het gaat over automatisering. Volgens de survey, die 1000 16 tot 25-jarigen besloeg, gaf minder dan de helft (47%) aan dat hun leraar, professor of begeleider het met hen over deze trend heeft gehad. Dit suggereert een gapend gat tussen de toekomstige banenmarkt en de banenmarkt die jonge mensen verwachten.

“Kantoorbanen hebben aantrekkingskracht, maar kunnen makkelijk te automatiseren zijn over een lange periode,” zegt Paul D’Arcy, senior-vicepresident van Indeed. “Accounting is een goed voorbeeld van dat soort banen; het is volledig gebaseerd op regels. Het is een van de banen waarin creativiteit nog het meest wordt gezien als een nadeel. En het is dus wel een baan die op het moment respectabel en aantrekkelijk overkomt, maar op de lange termijn is er misschien niet zoveel perspectief.”

Steeds complexer werk kan door robots worden gedaan.

Combineer creativiteit met technische vaardigheden

Wat moeten jonge mensen dus doen om hun toekomst veilig te stelen? Volgens Indeed zit het hem in een combinatie van technische vaardigheid en creativiteit. Op dat soort gebieden zijn vaak meer banen dan zoekenden op Indeed in het derde kwartaal van 2015.

Indeed zegt bijvoorbeeld dat de rol van applicatie-ontwikkelaar momenteel 47% vaker wordt geplaatst dan erop wordt gezocht, UI-ontwikkelaars worden 19,5% meer geplaatst, architecten 12% meer, en game-ontwikkelaars 2% meer.

Rollen zoals deze, die afhangen van een combinatie van creatieve en technische vaardigheden, komen significante groei tegen. Zoveel, zelfs, dat het in het komende decennium aanzienlijke invloed kan hebben op de economie in het westen.

“Historisch gezien zijn er in het VK altijd veel banen in de middenklasse geweest. Die banen beginnen te verdwijnen en verdeeld te worden – er zijn een aantal waardevolle, complexe banen, en een aantal meer gestandariseerde banen,” zo vertelt D’Arcy.

“Ik denk dat we zullen zien dat de arbeidsmarkt zich sterker gaat opsplitsen in twee losse economiën. Eén bestaat uit ongelooflijk waardevol talent dat de automatisering aandrijft en innovatie aanstuurt, en waarin technische en creatieve vaardigheden worden gecombineerd, en één bestaat uit de rest. Voor die mensen voelt het niet aan alsof er evenveel kansen zijn. Er is geen aanzienlijke groei in salarissen, en na verloop van tijd komt er steeds meer druk te staan op hun banen vanwege de automatisering.”

Samenleving van de toekomst

Als D’Arcy gelijk heeft, en als de banen van de middenklasse op het randje van de afgrond staan, schildert dat een nogal onprettig toekomstbeeld – met scherpe verdelingen tussen waardevolle creatieve ontwikkelaars en “de rest”. Dat zal op zichzelf al genoeg zijn om een paar nieuwe Luddieten te inspireren. Er zijn echter voordelen te benoemen van de mogelijkheid om jonge mensen aan te moedigen creativiteit na te volgen in plaats van regelmatig standaardwerk.

Technische kennis is weliswaar belangrijk, maar een cruciaal onderdeel van bescherming tegen automatisering is het aspect van de menselijke creativiteit. Deze nadruk kan een enorm positief effect hebben op het onderwijs – misschien komt het idee terug van een universiteit als een plek waar studenten ideeën kunnen ontwikkelen en uitdrukken, en niet als een enorm dure banenpers.