De opkomst van Hitler

hitler2.JPG

Door: Wouter Engler

Hele boeken zijn er over Hitler volgeschreven. Allemaal kunnen ze echter geen eenduidig antwoord geven op de vraag: hoe heeft de helse dictator ooit de macht kunnen grijpen? De Researcher waagt een poging, met een reconstructie van zijn opkomst.

‘Die ouderwetse bureaucraten! Die fossielen begrijpen er niks van! Ze moeten de hele kunstacademie opblazen!’ Zijn ogen spugen vuur. ‘Wat nu?’ Vraagt vriend August Kubizek benauwd. ‘Laat maar’, zegt Hitler verbitterd. Hij was afgewezen voor de kunstacademie. Het eerste jaar in Wenen had hij zich zo niet voorgesteld. In dit metropool van kunst en cultuur dacht hij de eerste schreden op het kunstenaarspad te zetten. Al bij de eerste aanblik van Wenen had Hitler zich vergaapt aan de prachtige oude gebouwen aan de Ringstrasse: het neogotische raadhuis en imposante Burgtheater. Wenen ademde een losse sfeer van gezelligheid. Composities van zijn idool Wagner werden met de regelmaat van de klok ten gehore gebracht. Als zijn droom om schilder te worden, ergens verwezenlijkt zou moeten worden, dan was het wel hier.

Ondanks Hitlers hooggespannen verwachtingen werden zijn tekeningen niet voldoende bevonden. De klap kwam extra hard aan omdat hij eerder op 21 december 1907 zijn moeder ten grave had gedragen in Leonding. Ze stierf in de gloed van een verlichte kersboom in haar huiskamer, aan borstkanker. Jeugdvriend August Kubizek, steevast door Hitler ‘Gustl’ genoemd, kon zich daarom moeilijk een voorstelling maken van het verdriet wat zijn vriend met zich meedroeg. Want voor Hitler symboliseerde zijn moeder, de ideale vrouw. Vrijwel iedere dame vergeleek hij met haar. Hoewel een zekere ‘Stefanie’ thuis in Linz de jonge Hitler eerder het hoofd op hol had gebracht, was er schijnbaar geen enkele Weense dame die hem kon bekoren. Volgens Kubizek was hij zelfs ‘een uitgesproken vrouwenhater’.

Terecht was dit allerminst. Adolf Hitler was louter en alleen verlegen. Heel verlegen. De vrouwen waren gek op hem. Zelfs deelneemsters aan opera’s lonkten naar hem. Hij zag er dan ook altijd uitermate netjes uit. Met zijn hoge hoed, donkere overjas en wandelstok met ivorenknop waande hij zich een bohême artiest. Grootgebracht als katholiek, verafschuwde hij echter prostituees en andere vrouwen die er nogal een decadente levensstijl op nahielden. Vrouwen moesten een zekere mate van reinheid hebben. Op zichzelf was Hitler ook heel rein. Hij waste zich zeer vaak. Dronk geen druppel alcohol. Zowel roken als seks was voor hem taboe. De enige verslaving die hij had waren de opera’s van Richard Wagner. Tot zijn favorieten behoorden Parcival en Die Meistersinger. Beiden konden Hitler volledig in trance brengen.

Eén keer was hij zo in vervoering na het zien van een opera van Wagner, dat hij volgens Kubizek een visioen had gekregen. ‘Ooit op een dag krijg ik een mandaat van het volk”, zei hij tegen zijn vriend. Kubizek maakte zich dan welgemeend zorgen. De Einsiedler waarmee hij in de Stumpegrasse 29 of 31 woonde, was ook zo onevenwichtig van aard. Om het minste geringste kreeg hij een aanvallen van helse woede. En dan die ogen, stralend, fantastisch. Met een duivelse gloed. Wat hen nog verder uit elkaar zou drijven was Hitlers intiatief om Kubizek aan te melden bij de Antisemitische Bond. De jonge Adolf Hitler was er zelf ook al enthousiast lid van geworden en nu moest zijn vriend eraan geloven. Maar Kubizek kon dit niet echt waarderen, waardoor de twee vervolgens slaande ruzie kregen.

Saillant detail is dat Hitlers grootvader langs vaderszijde, volgens Hans Frank een rijke joodse man was, genaamd Frankenberger. Want de moeder van zijn vader Alois, Maria Anna Schicklgruber, had een tijd gewerkt en ingewoond bij de familie Frankenberger in Graz. In die periode raakte ze ook zwanger van Alois. Die op zijn beurt, overigens veel later, de naam Schicklgruber in zou ruilen voor de naam Hitler. De reden? Alois zou dan ook aanspraak kunnen maken op een erfenis van Johann Nepomuk Hüt(t)ler. Adolf Hitler wist, als dit verhaal klopt, van deze voorgeschiedenis. Toch had hij nooit overwogen om zijn achternaam in te ruilen voor Schicklgruber. Aan Kubizek vertrouwde hij eens toe dat hij deze niet geschikt vond. De naam klonk boers, lomp, onhandig en onpraktisch. Een schilder moest immers een klinkende naam hebben.

Maar nu het met Hitlers ambitie om schilder te worden tegenzat, rees de ster van August Kubizek. Hij bleek een meester achter de piano en wist de meest goddelijke noten uit zijn viool te toveren. Moeiteloos doorliep hij het conservatorium. Toen hij het laatste examen met succes afgerond had, ging hij op vakantie naar Linz. Waar Hitler faalde, daar slaagde Kubizek. Tijdens diens afwezigheid kwijnt de jonge Hitler weg in eenzaamheid. Een uiterste poging om alsnog toegelaten te worden aan  de Academie voor Schone Kunsten loopt uit op een nog grotere mislukking. Deze keer wordt hij niet eens toegelaten tot het examen. Hitler had wederom gefaald. Kubizek durfde hij nu niet meer onder ogen te komen. Gekweld door onzekerheid, verhuist hij daarom naar de andere kant van de Westbahnhof: Felberstrasse 22.

De 19-jarige Hitler ging nu een periode van eenzaamheid tegemoet. En deze troosteloze huurkazerne, welke uitkeek op de nabij gelegen spoorweg, zou voorlopig het decor zijn. De dagen vult hij met het lezen van boeken over politiek. Waar hij sinds zijn bezoek aan het parlement zich erg voor interesseerde. Goed bekend raakt de jongeling met de denkbeelden van antisemieten zoals journalist Guido von List en de Weense politicus Georg Ritter von Schönerer. Vooral Schönerers idee van eenwording met Duitsland kan op Hitlers goedkeuring rekenen. Nochtans gaat hij zelden naar buiten. Hooguit nuttigt hij een vegetärische maaltijd in het restaurant Kaffe Kubata of bezoekt een opera van Wagner. Bij de nabij gelegen kranten - en tabakskiosk koopt Hitler zo nu en dan voor een paar heller wat racistische tijdschriften.

Zoals de tijdschriften Kikeriki en het populaire Ostara, het geesteskind van de afvallige cisterciënzer monnik Jörg Lanz. Als voormalig leerling van Guido von List, heeft Lanz de ideeën van zijn leermeester nog eens verder uitgewerkt en noemt het ‘theozoölogie’. Volgens deze sinistere doctrine zouden de Duitsers die afstammen van de Atlanteanen,  met sporen van Arisch bloed zoals blauwe ogen of blond haar, geen seksueel contact mogen hebben met subhumane rassen zoals de joden. Zij stammen immers af van de beesten. Bovendien zijn zij er tevens op uit om Arisch ogende mensen te besmetten. De joden moesten daarom worden verbrand, gedeporteerd naar Madagascar of dienst doen als lastdieren. Door middel van strenge rassenwetten en bloedzuiverheid kan er zo een Übermensch gekweekt worden, voorbestemd om over de hele wereld te heersen, zo meent Lanz.

In eerste instantie is Hitler bij het lezen van Ostara, ietwat pessimistisch en huiverig over de onderbouwing van Lanz’ doctrine. Zo schreef hij later in Mein Kampf: ‘Ik vond de bewijsvoering voor de beweringen deels zo plat en buitengewoon onwetenschappelijk, dat ik door twijfels werd bekropen. Alles leek zo monsterlijk en de beschuldigingen zo overdreven, dat ik bang en onzeker werd.’ Die Weense winter van 1908 valt Hitler ook ten prooi aan waandenkbeelden. Hij hoort geheimzinnige stemmen en siddert van angst als een vreemde man hem op straat aankijkt.  Wanneer een stuk krant tegen zijn voet aanwaait, ziet hij dat als een teken van een hogere macht. Toch maakt Hitler een evenwichtige indruk op de caissière van het restaurant Kubata, Marie Rinke.

Rinke bewonderde Hitler: ‘Hij was zo anders dan de andere jongemannen. Zo gereserveerd en stil.’ Misschien was ze wel een beetje verliefd, want ze noemt hem liefkozend ‘Doferl’.  Ondanks haar sporadische bezoekjes aan de Felberstrasse, blijft Hitler eenzaam. Afgesneden van zijn familie, viert hij in Wenen zijn twintigste verjaardag alleen. Steeds minder blijft er van zijn erfenis over. Noodgedwongen verkast hij daarom naar de Sechshauserstrasse 58, kamer 21. Hij leeft hier zeer sober. Stilt de honger met brood en lest de dorst met alleen melk. Maar hoe zuinig Hitler ook is, uiteindelijk blijft er helemaal niks van zijn erfenis over. Op 19 september 1909 vertrekt hij. Adres onbekend. De 25 kronen, welke hij maandelijks uitgekeerd krijgt, zijn niet genoeg om zich elders permanent te vestigen.

Gedesillusioneerd zwerft de jonge Adolf Hitler door de straten van Wenen. Was dit nou het metropool van hoogstaande kunst en cultuur waar hij verliefd op was geworden? Wanneer de avond valt, slaapt hij in portieken of op bankjes in het park. In oktober is het ontzettend koud en Hitler zoekt daarom zijn toevlucht in een goedkoop logement aan de Meldemansstrasse 27, het Männerheim. De ideeën van Lanz laten hem niet los. Ze boeien hem. Zozeer zelfs, dat hij een bezoek brengt aan Lanz. Hitler wil namelijk zijn Ostara verzameling compleet hebben. De excentrieke Lanz ontvangt de arme jongeman hartelijk, geeft hem zijn zegeningen en de nummers die hij tekort komt. Ook stopt hij hem wat kronen toe voor de reis terug.

Hitler is in deze periode arm. Zijn wezenpensioen van 25 kronen gaat voor het grootste gedeelte op aan de huur van een kamer in het Mannerheim. Hij houdt zichzelf in leven door het naschilderen van prentenbriefkaarten. De schilderwerkjes worden vervolgens door een zekere Reinhold Hanisch, een Sudeten zwerver, in kroegen verkocht. Hoewel de leefomstandigheden in het Mannerheim redelijk zijn, loopt hij er werkelijk als een zwerver bij. Lezen doet de volwassen Adolf Hitler nog steeds, want bijna de halve dag is hij te vinden aan de leestafel. Hij houdt zich over het algemeen afzijdig, alleen wanneer er politieke discussies losbarsten dan geeft hij blijk van zijn redenaarstalent. Voor zover bekend heeft Hitler het een keer tijdens een discussie gehad over de mogelijke eenwording met Duitsland.

Vreemd is de deze opvatting voor die tijd niet. Want veel etnische Duitsers vinden dat de Duitse taal en cultuur bedreigd worden door de Tjechische minderheden in Oostenrijk. Ambtenaren moeten zelfs naast Duits ook Tjechisch spreken. Verder staat de katholieke kerk volledig achter de Slavische belangen. Steeds meer wordt het katholicisme ervaren als onbetrouwbaar, vijandig. Het diepe gevoel van onveiligheid leidt tot de groei van een sterke Pan-Germaanse beweging, waar Schönerer ook deel van uitmaakte, die als doel heeft om álle Duitsers te verenigen in één vaderland. Aanhangers willen bovendien terug naar het geloof van hun voorouders. Dus de verering van Noordse goden en oerwetten van de natuur. Jörg Lanz meent zelfs dat bloedzuiverheid een tijdperk van Duitse wereldheerschappij zal inleiden.

Hitlers financiële situatie verbetert in deze periode aanmerkelijk door een erfenis van tante Pölzl. Hoeveel is niet bekend, maar het bedrag was in ieder geval zo hoog dat hij de kans liep om uit het Mannerheim gezet te worden. Plotseling claimt Hitlers halfzuster Angela Raubal het wezenpensioen van 25 kronen per maand. Ze stelt, dat hij voor haar dochter financieel weleens wat mag gaan bijdragen. Aanvankelijk gaat Hitler hier niet op in. Maar zodra er door haar een rechtzaak aangespannen wordt, willigt hij haar eis in. Desalniettemin heeft Hitler geld genoeg om allerhande lectuur in te slaan. Zijn honger naar kennis lijkt onverzadigbaar. Vooral occulte zaken weten hem te boeien. Het idee dat iemand in staat is om het schier onmogelijke te doen, louter door zijn wilskracht, houdt hem bezig.

Evenals hypnose. Heel misschien heeft hij zelfs later bepaalde hypnose - technieken zich eigen gemaakt, maar dit is niet helemaal zeker. Verder weet de politiek hem nog steeds zodanig te intrigeren, dat hij de tactieken van de machtige sociaal-democraten begint te analyseren. Voor hem was de sociaal - democratische beweging ‘een menselijke draak’, die de kunst verstond van de ‘geestelijke en fysieke terreur’. Wat Hitler hiermee bedoelde was dat op ‘een afgesproken teken de partij een stortvloed aan leugens en laster liet neerkomen op politieke tegenstanders’. Verder wisten ze alles van propaganda en hoe massa’s georganiseerd moesten worden. Volgens Hitler zijn dit juist de ingrediënten die de Pan-Germaanse beweging van die tijd mist.

24 mei 1913. Hitler heeft genoeg van Wenen en vertrekt naar Duitsland, München. Over het Wenen van toen, schreef hij later: ‘De raciale samenklontering in de hoofdstad vervulde mij met afschuw. Het was de belichaming van raciale schande.’ Waarmee hij uiteraard doelde op de joden, Slaven en andere etnische minderheden. Hitler huurt in München een kamer van de kleermaker Josef Popp aan de Schleissheimerstrasse 34. De huurder is volgens de familie Popp eenzaam en in zichzelf gekeerd. Een einsiedler. In de avonduren leest en schildert Hitler nog steeds. Ondertussen waren de Oostenrijkse autoriteiten hem op het spoor gekomen. Volgens hen had deze ‘deserteur’ zich allang moeten melden in Linz. Vanwege zijn slechte ervaringen in Wenen, gaat Hitler niet graag terug.

Duitsland was nu zijn thuis. Maar uiteindelijk stemt hij, onder zware druk van het Oostenrijkse consulaat, toe met een keuring in het nabij gelegen Salzburg. Het rapport luidde: ‘Ongeschikt voor gevechts - en hulpdienst, te zwak. Niet in staat om wapens te dragen. Afgekeurd.’ De jaren in het Männerheim hadden hun sporen nagelaten. Hitlers lichamelijke conditie was, op het moment van militaire keuring, bijzonder zwak. Maar dankzij Frau Popp sterkt hij weer erg aan in de maanden die volgden. Eindelijk at en sliep hij regelmatig. Snel voelde hij zich daarom weer kwiek en krachtig. Toen Hitler volledig hersteld was, ging hij de politieke ontwikkelingen op de voet ging volgen. De Beierse stad München is op dat moment in de greep van nationalisme en antisemitisme.

Occulte groeperingen schieten als paddestoelen uit de grond. Net zoals in Wenen, zijn de onzekerheden van de moderne wereld voor aristocraten en intellectuelen reden om hun toevlucht te zoeken in de leer van Jörg Lanz. Hervormingsgezinde democratische en kapitalistische krachten worden gezien als duistere bedenksels van het inferieure joodse ras. Er heerst een verlangen naar een oorlog die de terugkeer zou inleiden van eenheid, hiërarchie en wereldrijk. Op 1 augustus 1914 wordt voor een juichende menigte in München de door Hitler, en andere Duitse nationalisten, zo vurig verlangde oorlog uitgeroepen.  De Eerste Wereldoorlog was begonnen. Hitler wilde maar wat graag het oorlogstenue aantrekken.

Hij dacht misschien dat het tijdperk van Duitse wereldheerschappij aanstaande was. Enthousiast meldt hij zich daarom drie dagen later vrijwillig bij het Beierse regiment List. Zonder problemen wordt hij toegelaten. De militaire training duurt acht weken. Hitler:”Voor mij en elke andere Duitser begon de geweldigste en onvergetelijkste tijd van mijn aardse bestaan.” Hitler, die door zijn medesoldaten ook wel ‘de Oostenrijker’ genoemd wordt, maakt een afstandelijke indruk. Alleen als hij af en toe praat over de tijd die gaat komen geeft hij blijk van vurige passie. Zo meent hij dat de etnische Duitsers, onder meer in Oostenrijk, zich zullen verenigen met het vaderland. Het nieuwe Duitsland zal zich hoe dan ook zuiveren van alle vreemde elementen en van de democratie die deze nastreven.

Hitlers argumenten overtuigen zijn kameraden.  Zijn daden in het veld liegen er ook niet om. Gedurende de 45 maanden aan het front redde hij een officier, was hij altijd inzetbaar en uiterst efficiënt en verantwoordelijk. Het leverde hem een promotie tot korporaal en een IJzeren Kruis Tweede Klas - en Eerste Klas op. Vooral het IJzeren Kruis Eerste Klas was erg bijzonder, omdat deze onderscheiding zelden werd gegeven aan iemand van zo’n lage rang. Maar op een gegeven moment gaat het mis bij Ieper. Hitler raakt verblind tijdens een aanval met chloorgas. Gedurende zijn herstel in het militaire hospital in Pasewalk, dreigt een massaal offensief de Duitse linies te doorbreken. Berlijn is verlamd door stakers. Zij eisen vrede en democratie. Keizer Wilhelm II krijgt het advies om vrede te sluiten, democratie toe te laten.

Op 9 november treedt de keizer af, een dag later vlucht hij naar Nederland. Het Tweede Rijk beleeft een plotseling einde en de anarchie slaat toe in Duitsland. Adolf Hitler, nog steeds ernstig verzwakt, is inmiddels teruggekeerd naar zijn regiment in München. In de kazerne windt hij zich enorm op over het verraad van de wapenstilstand. Hij en veel kameraden voelen zich verraden door de democraten, communisten en joden. Verder is Hitler verbolgen over het feit dat de socialistische revolutie in Beieren geleid wordt door de jodenman Kurt Eisner. Het sorteren van oude gasmakers het enige wat hij op dit moment doet. Langzaam hersteld hij en volgt de ontwikkelingen op de voet.

Op 21 februari 1919 wordt Kurt Eisner doodgeschoten door de graaf Anton Arco-Valley. Na Eisners begrafenis werd de 26-jarige dichter Ernst Toller zijn opvolger. Die evenals zijn kabinetsleden Erich Mühsam en filosofisch anarchist Gustav Landauer ook joods was. Maar de Sovjet-Republiek zou uiteindelijk ten val gebracht worden door felle interne twisten en het extreem-rechtse Freikorps van Generaal Ritter von Epp. Een klein aantal soldaten van het regiment List sympathiseerden, tot Hitlers grote ergernis, met de communisten. Ze hadden zelfs het vuur geopend toen de rechtse Freikorps troepen hun kazerne waren genaderd. Die op hun beurt deze actie genadeloos neersloegen.

Alle overgebleven regimentsleden, waaronder ook Hitler, werden gevangen genomen. Vervolgens werd er een onderzoek ingesteld. Al gauw wordt duidelijk dat Adolf Hitler niet medeplichtig is geweest aan het schietincident. Omdat hij veel informatie over zijn ‘foute’ regimentsleden heeft doorgespeeld aan de Commissie van Onderzoek, wordt hij door een zekere Kapitein Karl Mayr benoemd tot geheim - agent in dienst van het leger. Doel is om te infiltreren bij politieke groeperingen die mogelijk staatsgevaarlijk zijn. Maar hij moet eerst naar Lechfeld om een propaganda - cursus te volgen. In Lechfeld wordt Hitler, tegen alle verwachtingen in, al gauw beschouwd als een autoriteit op het gebied van  het ‘joodse vraagstuk’. Hij is later zelfs gastspreker over dit onderwerp.

Maar Mayr heeft Hitler hard nodig bij Sectie I b/p van de legerinlichtingendienst en eist dat Hitler meteen terugkeert naar München. In de Beierse stad is dan al de rust en orde enigszins weergekeerd. Wanneer Hitler terug is, krijgt hij van de Kapitein de opdracht onderzoek te doen naar een kleine politieke partij die zich bedient van antisemitische denkbeelden: de Duitse Arbeiderspartij (DAP). Gesticht op 5 januari 1918. In het Fürstenfelder Hof te München door een zekere Anton Drexler, monteur bij de spoorwegen, en Karl Harrer, sportjournalist van de Münchener Augsburger Abendzeitung. Vol tegenzin woont Hitler op 12 september 1919 een openbare bijeenkomst bij in de smerige bierkelder Sterneckerbräu. Op deze derde DAP-bijeenkomst zou hij echter een onuitwisbare indruk achterlaten.

“Ik was nog niet eens klaar, maar deze ‘professor’ had het pand al verlaten. Hij droop af als een natte poedel.” Hitler had tijdens een open discussie, een tot op heden onbekende, ‘professor’ flink van repliek gediend. Deze onbekende man had tijdens een discussie gesuggereerd dat Beieren en Pruisen onafhankelijke staten moesten worden. Tot grote woede van Hitler. Hij wilde immers een verenigd Duitsland, vooral na de November revolutie in Beieren. Voorzitter Drexler is enthousiast en fluistert tegen zijn secretaris: ‘Die kunnen we goed gebruiken. Mijn god, wat heeft die vent een waffel!’ Wanneer Hitler aanstalten maakt om weg te gaan, krijgt hij gauw van Drexler een manifest in de handen gedrukt. Over dit eerste bezoek aan de DAP schreef hij later in Mein Kampf: ‘Clubleven op het laagste niveau.’

Maar van zijn superieuren moet Hitler infiltreren in de DAP. Hij kan de slaap niet vatten en leest Drexlers veertig pagina’s tellende manifest. Tot zijn grote verbazing kan hij zich er wel in vinden. Een aantal dagen later krijgt hij ook een brief, waarin staat dat de DAP hem geaccepteerd heeft als lid. Hitler aarzelde. Maar hij was ook nieuwsgierig geworden en ging op de uitnodiging in. De club vergaderde in een restaurant aan de Herrenstrasse. Drexler verwelkomde Hitler uitbundig: ‘Nu hebben we een Oostenrijker in ons midden met een grote mond!’ Een paar uur later was de vergadering afgelopen. Hitler was depressief en neerslachtig. Hij vond het een ‘vreselijke’ club, deze DAP. De komende dagen vroeg hij zich af of hij wel verder wilde met deze vreemde groep onder leiding van Drexler.

Ondertussen rapporteerde hij aan zijn superieuren. De DAP kan alleen een succes worden, wanneer hij volledig de vrije hand krijgt. Generaal Ludendorff en Kapitein Mayr geven hiervoor hun toestemming. De organisatie was binnen een mum van tijd professioneel. Door advertenties in de antisemitische krant de Völkischer Beobachter wist de DAP bovendien steeds meer publiek te trekken. Kapitein Mayr: ‘De nationale arbeiderspartij moet de basis leveren voor de sterke stoottroep die we hopen te krijgen…Ik heb zeer capabele jonge mensen op de been gebracht. Ene Herr Hitler bijvoorbeeld blijkt veel in beweging te kunnen zetten, hij is een volksredenaar van de eerste orde. In de afdeling München hebben we nu ruim tweeduizend leden, terwijl dat er in de zomer van 1919 nog geen honderd waren.’

Uitermate sluw wist Hitler de macht in de partij steeds meer naar zichzelf toe te trekken. Zo doopte hij de partij om tot de Nationaal Socialistische Duitse Arbeiders Partij (NSDAP). De haat die hij al die tijd had opgekropt kwam nu pas naar buiten. Tijdens massabijeenkomsten wist hij het toegestroomde publiek bijna te hypnotiseren met zijn striemende, harde stem. Hij infecteerde het publiek met jodenhaat, hekelde het ‘dictaat van Versailles’ en pleitte zelfs voor eenwording met Oostenrijk. Bijna iedere aanwezige slikte het voor zoete koek. Hitler was op dit moment de partij. Het hakenkruis het symbool. Inmiddels had hij ook al ontslag genomen bij de militaire inlichtingendienst. Alhoewel hij nog steeds in feite door Generaal Ludendorff gesteund werd.

Die steun was zo groot dat Ludendorff zelfs samen met Hitler een mislukte putsch, staatsgreep, leidde. Hitler werd veroordeeld tot een aantal jaren gevangenisstraf. Tijdens het proces had hij zich gedragen als de martelaar van het Duitse volk, hetgeen hem alleen maar populairder maakte bij zijn aanhangers. In de gevangenis Landsberg krijgt hij bovendien veel privileges en ontzettend veel bezoek van zowel vrouwelijke als mannelijke bewonderaars. Ze zien hem werkelijk als de ‘messias van het Duitse volk’. Er werd zelfs een lied over hem geschreven. Dit loflied van Georg Schott had het over Hitler ‘de profetische mens’, ‘het genie’, ‘de bevrijder’ en de ‘loyale’. Adolf Hitler werd letterlijk afgeschilderd als een halfgod. Terwijl hij beter kon worden aangemerkt als ‘Anti-christ’of ‘Engel der duisternis’.

Gedurende zijn gevangenschap leest Hitler alles wat hij te pakken kan krijgen: Nietzsche, Schopenhauer, Houston Stewart Chamberlain, Marx, Ranke en Treitschke. In deze lectuur had hij de bevestiging gevonden van zijn ideeën tot op heden. Ook dicteert hij aan vertrouwensman Rudolf Hess ‘Mein Kampf’, een boek wat in eerste instantie niet echt een bestseller wordt. Het is dan ook bijzonder slecht geschreven. In 1924 wordt Hitler vervroegd vrijgelaten. De NSDAP is op dat moment verboden en ontbonden. Maar Hitler is er meer dan ooit van overtuigd geraakt dat hij de enige echte verlosser is van het Duitse volk. Hij was nu de onbetwiste Führer. In het geniep stampte hij de partij uit de grond, met medewerking van mensen uit de allerhoogste kringen.

De organisatie is staalhard. Wanneer de NSDAP niet meer verboden is en Hitlers spreekverbod wordt opgeheven, groeit het ledenaantal als nooit tevoren. Begonnen met eerst een klein aantal zetels in het Duitse Rijksdag had hij er 230 behaald met de verkiezingen van 31 juli 1932. Uiteindelijk wist hij met veel overredingskracht de seniele maar nog redelijk populaire Hindenburg opzij te zetten om zo Duitslands nieuwe rijkskanselier te worden. Hij zou als een helse dictator de geschiedenis in gaan. Een terreurbewind vestigen, dat heel Europa en andere delen van de wereld angst in zou boezemen. Het vreselijke gevolg was onder meer de dood van zes miljoen joden.

Geraadpleegde bronnenlijst:

Adolf Hitler - ‘Mein Kampf’ (1925)

Dave Flitton’s documentaire - ‘The Occult History of the Third Reich’ (1999)

Ian Kershaw - ‘Hitler / Hoogmoed 1889-1936′ (2003)

John Toland - ‘Adolf Hitler’ (1976)

Anne Frank Stichting - ‘Antisemitisme - Een geschiedenis in beeld’ (1989)

Speciale dank:

Roger Bogaert, voormalig docent woonachtig in Gent 

Gemeentebibliotheek Rotterdam