Dijkgraaf hekelt kwaliteit studenten journalistiek

jd2.JPG

Door: Wouter Engler / Bron foto: Jeroen Mirck

Metro-hoofdredacteur Jan Dijkgraaf was woensdag 11 juni 2003 gastspreker op de bachelor-opleiding journalistiek in Rotterdam. Hij gaf onder meer zijn mening over de kwaliteit van studenten journalistiek: ‘Als mijn zoontje zulke taalfouten had gemaakt, dan sloeg ik hem bijna van zijn stoel af.’

Dijkgraaf verzorgde als groentje de uitslagen van duiven-wedstrijden bij de Goudsche Courant, daarna werkte hij onder meer bij de Haagsche Courant, Rotterdams Nieuwsblad en VNU Tijdschriften. Sinds januari 2002 mag hij zichzelf (waarnemend) hoofdredacteur noemen van gratis krant Metro. Een goed betaalde job waar hij volgens eigen zeggen met ‘enige regelmaat geconfronteerd wordt met ongemotiveerde stagiaires’.

‘Mij is te verstaan gegeven dat ik bij jullie stage moet gaan lopen’, memoreert hij spottend een zinsnede, afkomstig van een studente die per e-mail solliciteerde naar een stageplek bij Metro. Om er vrijwel meteen achteraan te vertellen dat die ongemotiveerde houding later tot uiting kwam door het maken van drie taalfouten in een artikel. ‘Ze viel meteen door de mand. Als mijn zoontje zulke taalfouten had gemaakt, dan sloeg ik hem bijna van zijn stoel af.’

Dijkgraaf meent dat er sprake is van ‘desinteresse’ en ‘onzorgvuldigheid’ als er taalfouten voorkomen in artikelen van stagiaires. Weer een ander taboe is vragen naar werktijden, want een stagiaire die echt de wil heeft om te slagen mag zich best tot acht of elf uur ’s avonds in het zweet werken. Hij benadrukt dat er immers veel vrijheid bestaat op de Metro-redactie voor het schrijven van nieuwsverhalen.

Journalistiek talent heeft overigens vrij weinig van doen met leeftijd, vindt Dijkgraaf. ‘Bij ons loopt nu een 50-jarige ex-schooldirecteur stage. Hoewel de meesten op die leeftijd gaan genieten van hun WAO en een volkstuintje beginnen, wilde hij per se de journalistiek in. Hij kreeg bij andere mogelijke stage-adressen nauwelijks de kans, want wat moet een krant met een stagiair van 50? Dat is gewoon kansloos.’

De aspirant-journalist kan op veel vertrouwen rekenen, aangezien hij mocht afreizen naar Oostenrijk voor een unieke archeologische vondst. Dijkgraaf: ‘Hoe heet ‘ie nou? Ozzy of Uzzy? In elk geval die dooie die daar na 50.000 jaar gevonden is. Verblijf van drie dagen, want bij ons gaat dan gewoon een stagiaire. Hij maakt in elk geval geen spelfouten zoals de meeste stagiaires afkomstig van de opleidingen journalistiek.’